Meetinstrumenten

Bestrijding van een probleem is onmogelijk wanneer niet duidelijk is wat het probleem is, waar het probleem zich bevindt en hoe groot het probleem is.

Het doel van Transparency International is de bestrijding van corruptie wereldwijd kracht bij te zetten. Om mensen wereldwijd ervan te overtuigen dat corruptie bestreden dient te worden, moeten zij zich eerst bewust worden van de omvang van het probleem.
Teneinde de problematiek van corruptie in kaart te brengen, heeft Transparency International een aantal meetinstrumenten ontwikkeld en laten ontwikkelen. Ieder instrument belicht een bepaalde aspect van het veelvormige verschijnsel van corruptie.

Corruption Perceptions Index

De Corruption Perceptions Index (CPI) wordt sinds 1995 jaarlijks uitgegeven en heeft zich ontwikkeld tot het instrument waaraan Transparency International de meeste bekendheid ontleent. De CPI brengt in kaart de mate waarin in 180 landen de mate van corruptie onder ambtenaren en politici wordt ervaren. Het gaat dus niet om harde cijfers maar om de ervaringen en waarnemingen van landenexperts en zakenlieden. Zij geven hun mening niet alleen over hun eigen land, maar ook over andere landen. Zo ontstaat een zo volledig mogelijk beeld.

Voor de CPI worden meerdere enquêtes en opinieonderzoeken samengevoegd, wat resulteert in een rapportcijfer van 0 tot 10 voor ieder land. Hoe lager het cijfer van een land, des te meer wordt corruptie onder ambtenaren en politici in dat land ervaren als een fundamenteel en veelvoorkomend probleem. De CPI rangschikt vervolgens de landen zodat op nummer 1 het “minst corrupte land” en op nummer 180 het “meest corrupte land” staat.

Voor meer informatie over de CPI en de uitgebrachte CPI’s sinds 1995, zie:http://transparency.org/policy_research/surveys_indices/cpi

Global Corruption Barometer

Sinds 2003 publiceert TI jaarlijks de Global Corruption Barometer (GCB). De GCB brengt waarnemingen en ervaringen van “gewone” mensen in kaart. Hierin onderscheidt de GCB zich van de CPI, die immers gebaseerd is op percepties en ervaringen van landenexperts en zakenlieden.

In de GCB van 2007 zijn ervaringen en waarnemingen van 63.199 mensen in 60 landen opgenomen. De mensen werd gevraagd welke publieke sectoren zij het meest corrupt achten, hoe het corruptieklimaat in hun land zich volgens hen zal ontwikkelen en hoe volgens hen de overheid presteert bij de bestrijding van corruptie. Ook werd gevraagd naar ervaringen met corruptie, waardoor een beeld kan worden geschetst hoe frequent burgers in een bepaald land gevraagd worden een steekpenning te betalen wanneer zij in contact komen met verschillende openbare diensten.

Omdat de GCB de ervaringen van burgers meet, worden in de GCB – in tegenstelling tot in de CPI – ook ervaringen opgenomen met kleine gevallen van corruptie, zogenaamde ‘petty corruption’.

Ondanks de verschillen tussen GCB en CPI, valt wel een correlatie tussen de jaarlijkse uitgaven van de 2 indices waar te nemen.

Voor de uitgebrachte GCB’s sinds 2003 en meer informatie over totstandkoming ervan, zie: http://transparency.org/policy_research/surveys_indices/gcb

Bribe Payers Index

De Bribe Payers Index (BPI) wordt eens per 2 jaar uitgegeven. De lijst wordt gevormd door een rangschikking van 22 grote exportlanden en meet de waarschijnlijkheid dat bedrijven uit die landen steekpenningen betalen in het buitenland. Op nummer 1 staat het land waarvoor die waarschijnlijkheid het kleinst is. Het rangschikt landen en dus niet bedrijven.

Voor de uitgaven van de BPI en meer informatie over de totstandkoming van dit instrument, zie:http://transparency.org/policy_research/surveys_indices/bpi