Den Haag, 2 juli 2026 – Nederland scoort ten opzichte van andere pijlers goed op toegang tot publieke informatie, maar blijft achter op het gebied van lobbytransparantie, belangenverstrengeling en toezicht op politieke financiering. Dat blijkt uit de nieuwe Anti-Corruption and Integrity Outlook 2026 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De resultaten laten zien dat Nederland de afgelopen jaren stappen heeft gezet om de integriteit van het openbaar bestuur te versterken. Tegelijkertijd constateert de OESO dat op verschillende terreinen de uitvoering en handhaving achterblijven bij de bestaande regelgeving.
Regelsgeving vs praktijk
De Anti-Corruption and Integrity Outlook is gebaseerd op de OECD Public Integrity Indicators. Per pijler beoordeelt de OESO landen op twee afzonderlijke dimensies. Ten eerste regulation: in hoeverre het wettelijk en beleidsmatig kader voldoet aan de OESO-standaarden. Ten tweede practice: in hoeverre die regels ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, gecontroleerd en gehandhaafd. Beide dimensies worden uitgedrukt als het percentage OESO-criteria waaraan een land voldoet, en afgezet tegen het OESO-gemiddelde.
Juist die tweedeling verklaart het patroon in de Nederlandse scores: op papier is het stelsel doorgaans solide, in de praktijk scoort Nederland meestal slechter en blijven wij achter bij andere OESO-lidstaten.
Openbaarheid van bestuur als sterke pijler
Ten opzichte van de andere pijlers oordeelt de OESO positief over de Nederlandse aanpak van openbaarheid van bestuur. Nederland voldoet aan 78 procent van de OESO-criteria voor regelgeving rond publieke informatie (OESO-gemiddelde: 72 procent) en scoort met 73 procent ook op de praktijkindicatoren boven het gemiddelde van 63 procent. Volgens de OESO behoort Nederland tot de beter presterende landen wat betreft de beschikbaarheid van integriteitsgerelateerde informatie, zoals begrotingsgegevens, wetgeving, consultatiereacties en belangenverklaringen van publieke functionarissen.
Daar moet de kanttekening bij worden gemaakt dat het positieve oordeel vrijwel volledig steunt op het bestaan van de Wet open overheid. De indicatoren meten of de wettelijke randvoorwaarden aanwezig zijn, niet hoe openbaarmaking in de praktijk verloopt. Zaken als de doorlooptijden, weglakpraktijk en de kwaliteit van de informatiehuishouding blijven buiten beeld. Dit zijn zaken waar in Nederland door verschillende NGO’s, waaronder TI-NL, kritiek op wordt geuit.
Lobbytoezicht blijft onvoldoende
Minder positief is het oordeel over lobbytransparantie. Nederland voldoet aan slechts 40 procent van de OESO-criteria voor lobbyregelgeving en aan 33 procent van de criteria voor de uitvoering daarvan. Beide scores liggen onder het OESO-gemiddelde van respectievelijk 44 en 39 procent. Dat gemiddelde is op zichzelf al laag: lobbyregulering is een terrein waarop vrijwel geen enkel land goed presteert. Nederland is daarmee achterblijver in een zwak veld.
Volgens de OESO ontbreekt een onafhankelijke instantie die toezicht houdt op lobbyactiviteiten. Hoewel de afgelopen jaren stappen zijn gezet om lobbycontacten transparanter te maken en regels voor voormalige bewindspersonen zijn aangescherpt (in de vorm van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen), blijft het toezicht versnipperd en ontbreekt een centrale verantwoordelijke autoriteit.
Nu het kabinet plannen heeft om te werken aan verdere regulering van lobbyactiviteiten, biedt dit een belangrijke kans om ook onafhankelijk toezicht en effectieve handhaving structureel te verankeren.
Politieke financiering vraagt om sterker toezicht
Ook op het gebied van politieke financiering ziet de OESO ruimte voor verbetering. Nederland voldoet aan 70 procent van de criteria voor regelgeving, maar blijft met 57 procent op de praktijkindicatoren net onder het OESO-gemiddelde.
De OESO wijst erop dat Nederland geen verbod kent op politieke bijdragen van staatsdeelnemingen en geen limiet stelt aan campagne-uitgaven. Daarnaast ontbreekt een volledig onafhankelijke toezichthouder. De huidige Commissie toezicht financiën politieke partijen heeft vooral een adviserende rol en beschikt niet over eigen sanctiebevoegdheden. De voorgestelde Wet op de politieke partijen kan hierin een belangrijke verbetering brengen door een onafhankelijke autoriteit in te stellen die toezicht houdt.
Belangenverstrengeling: sterke regels, beperkte controle
Wat betreft regelgeving rondom belangenverstrengeling voldoet Nederland aan 78 procent van de criteria, vrijwel gelijk aan het OESO-gemiddelde van 78 procent (gemiddelde is: 80%). Op de praktijkindicatoren zakt Nederland echter weg naar 22 procent, tegenover een gemiddelde van 42 procent. Nergens is het contrast tussen beide dimensies zo scherp: het wettelijk kader is in lijn met dat van andere landen, maar in de uitvoering blijft Nederland ver achter. Het probleem zit hier dus aantoonbaar niet in de regels, maar in wat ermee gebeurt.
Bewindspersonen, Kamerleden, rechters en hoge ambtenaren zijn verplicht hun belangen te registreren. Tegelijkertijd ontbreekt informatie over de mate waarin deze verklaringen worden gecontroleerd, welke aanbevelingen daaruit voortkomen en leiden overtredingen niet altijd tot tot sancties, zo constateert de OESO.
Daarnaast kent Nederland geen centrale instantie die toezicht houdt op belangenverstrengeling binnen de publieke sector; die verantwoordelijkheid ligt bij elke overheidswerkgever afzonderlijk. Dit ziet TI-NL bijvoorbeeld ook terug bij Kamerleden hun registratie berust in beginsel op zelfrapportage. Het College van onderzoek integriteit Tweede Kamer kan wel meldingen behandelen, maar beschikt niet over de mogelijkheid om zelfstandig en stelselmatig te controleren of opgaven juist en volledig zijn. Het gevolg is een inconsistente controle: of een onvolledige registratie aan het licht komt, hangt af van de vraag óf er iemand kijkt, in de praktijk vaak een journalist.
Van transparantie naar verantwoording
De conclusies van de OESO bevestigen een boodschap die Transparency International Nederland al langer uitdraagt: transparantie is een noodzakelijke voorwaarde voor integriteit, maar geen garantie. Openbaarheid van informatie draagt pas werkelijk bij aan vertrouwen in het openbaar bestuur wanneer deze gepaard gaat met onafhankelijk toezicht, effectieve handhaving en een integriteitscultuur.
Het rapport laat zien dat Nederland beschikt over een solide basis. De volgende stap is ervoor te zorgen dat integriteitsregels niet alleen op papier bestaan, maar ook consequent worden gecontroleerd en gehandhaafd. Een samenhangende nationale anti-corruptiestrategie, onafhankelijk lobbytoezicht en een sterke toezichthouder op politieke financiering zijn daarvoor essentieel.
Wil jij TI-NL ondersteunen in haar strijd voor klokkenluidersbescherming, politieke integriteit en een samenleving vrij van corruptie? Word dan lid, of steun ons via een donatie.

