Nederlandse anti-corruptie instellingen onder de loep

Leon KuundersOnderzoeken

Een primeur voor Transparency International Nederland (TIN). TIN is begonnen met het grootschalige NIS-project, waarbij wordt onderzocht hoe het nationaal integriteitssysteem in Nederland werkt. De belangrijkste bestuurlijke stelsels en instituties die corruptie bestrijden, worden doorgelicht en beoordeeld. Geprobeerd wordt een antwoord te krijgen op vooral de volgende vragen: Welke formele voorzieningen bestaan er? Hoe functioneren die instellingen in de praktijk? Waar zitten de sterke en zwakke plekken? Te denken is onder meer aan instellingen binnen het openbaar bestuur, bedrijfsleven, de media, politieke partijen, de rechterlijke macht en toezichthoudende instanties. De laatste tijd worden er veel gevallen van corruptie in de media gemeld. Hoe serieus moeten wij dit soort meldingen nemen?Het NIS-onderzoek (NIS staat voor National Integrity System) maakt deel uit van een pan-Europees project van Transparency International (TI), waarbij de nationale integriteitssystemen binnen 23 EU-lidstaten gelijktijdig worden beoordeeld. Doel is om een beter inzicht te krijgen in de bestaande anti-corruptie mechanismen en uiteindelijk om corruptie effectief te helpen bestrijden – op zowel nationaal als regionaal niveau. Het NIS-onderzoek kan als basis dienen om (politieke) hervormingen op het gebied van corruptiebestrijding door te voeren.

De Europese Commissie financiert een deel van het project. TI coördineert het onderzoek. In totaal duurt het project 2 jaar. Bedoeling is dat de 23 rapporten gelijktijdig worden gepubliceerd in december 2011.

Dan ook is het mogelijk inzicht te krijgen waar ons land momenteel staat vergeleken met andere Europese landen. Dit project geeft extra en betere informatie naast de bekende jaarlijkse corruptieperceptie-index van Transparency International.

Het NIS-onderzoek in Nederland wordt gedaan door mr. Willeke Slingerland, verbonden aan de Saxion Hogeschool in Enschede. Saxion ondersteunt haar daarbij.

Per pijler worden naast voorbereidende bureauanalyse en wetenschappelijk onderzoek een tweetal ter zake kundige personen geïnterviewd. De eerste pijler die wordt doorgelicht is die van de wetgevende macht. Daarbij wordt onder meer de Tweede Kamer onder de loep genomen en deskundigen uit de praktijk geïnterviewd. Een adviescommissie, bestaande uit experts uit alle geledingen van de samenleving (wetenschappers, maar ook ondernemers en toezichthouders) beoordelen vervolgens het rapport