voorzitterschap

EU-voorzitterschap: aanpassing Shareholder Rights Directive biedt kansen

Stefan DrijverEuropees, Feature, News, Nieuws, Wetgeving

Amsterdam, 15 april 2016 – In verband met het Nederlands EU-voorzitterschap volgt Transparency International Nederland de ontwikkelingen binnen de EU op dossiers die corruptie moeten tegengaan en transparantie moeten vergroten. Deze week aandacht voor de hervormingen van de Shareholder Rights Directive. Deze richtlijn werd in 2007 aangenomen om de rechten van aandeelhouders binnen de EU te verbeteren, voornamelijk het recht op informatie. Sinds de implementatie in 2009 zijn er echter enkele tekortkomingen aan het licht gekomen. Daarom stelde de Europese Commissie in april 2014 voor enkele hervormingen door te voeren.

De hervormingen zouden ertoe moeten leiden dat er meer informatie voor en over de aandeelhouders van een bedrijf beschikbaar is. Vooral langetermijndenken moet worden gestimuleerd in corporate governance. Met de financiële crisis werd duidelijk dat aandeelhouders te weinig zicht hebben op de bedrijven waarin zij investeren en dat er te veel kortetermijndenken aanwezig is binnen veel bedrijven. Met de hervormingen worden de aandeelhouders bij meer beslissingen betrokken, zijn zij beter in staat het management van het bedrijf verantwoordelijk te houden en kunnen ze beter inschatten wat een goede strategie voor de lange termijn is.

Aanpassingen Shareholder Rights Directive

Er zijn verschillende aanpassingen voorgesteld door de Europese Commissie die tezamen moeten leiden tot meer transparantie, meer verantwoording en een betere corporate governance. Van de voorgestelde veranderingen zijn vooral de onderstaande interessant.

Meer transparantie aandeelhouders en tussenpersonen

Er zijn verschillende aanpassingen aan de Shareholder Rights Directive voorgesteld. Ten eerste zal de uitwisseling van informatie tussen bedrijven en aandeelhouders worden verbeterd. Omdat er vaak wordt gewerkt met tussenpersonen, zal worden vastgelegd dat bedrijven deze tussenpersonen mogen vragen hun uiteindelijke belanghebbenden vrij te geven. Andersom zullen bedrijven de tussenpersonen en directe aandeelhouders tijdig op de hoogte stellen van relevante informatie.

Ook institutionele investeerders en asset managers moeten aan transparantie-eisen voldoen. Zo zullen zij onder de vernieuwde richtlijn een engagementsbeleid moeten opstellen en publiceren. In dit beleid zullen zij moeten uitleggen hoe zij om zullen gaan met stemrecht en het houden van toezicht, hoe zij in contact zullen blijven, of zij gebruik zullen maken van tussenpersonen en hoe zij zullen handelen in het geval van belangenverstrengeling. Door deze transparantiemaatregelen hoopt de Commissie dat institutionele investeerders en asset managers meer toekomstgericht worden.

‘Say on pay’ voor aandeelhouders

Wat verder een interessante verandering zal zijn, is dat aandeelhouders waarschijnlijk meer te zeggen krijgen over de vergoeding van de directeuren, een zogenaamde ‘say on pay’. Als de aanpassingen van de Shareholder Rights Directive worden doorgevoerd, zullen aandeelhouders voortaan een stemming kunnen afdwingen over het vergoedingsbeleid van bedrijven. Er zal iedere drie jaar een stemming moeten plaatsvinden over de vergoedingen van bestuurders.

Het is aan lidstaten zelf om te besluiten of deze stemming bindend is of slechts ter advies. Een dergelijk recht voor aandeelhouders bestaat al in enkele lidstaten, waaronder Nederland. Wanneer er een bindende afwijzing is, zal het bedrijf het beleid moeten aanpassen zodat ermee wordt ingestemd. Mocht de stemming slechts ter advies zijn, dan zal het bedrijf in het geval van een tegenstem wel de dialoog moeten aangaan met de aandeelhouders.

Wat verder belangrijk is, is dat de waarde van de aandelen geen dominante rol mag spelen in het bepalen van de hoogte van de vergoeding. Door het introduceren van ‘say on pay’ zullen bedrijven moeten verantwoorden aan hun aandeelhouders waarom zij een bepaalde vergoeding gerechtvaardigd vinden. Met meer verantwoording zou de kans op mismanagement kleiner gemaakt worden.

Shareholder Rights Directive

Country-by-country reporting

Met country-by-country reporting (CBCR) moeten multinationale bedrijven informatie vrijgeven over de belastingbetalingen die zij doen in ieder land waar zij actief zijn. Op deze manier wordt duidelijk waar het bedrijf opereert en of het belasting ontwijkt. Eerder deze week presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor country-by-country reporting als onderdeel van het Anti Tax Avoidance Package.

Dat voorstel laat nog te wensen over, onder andere omdat bedrijven pas CBCR zullen moeten doen wanneer zij meer dan €750 miljoen aan omzet hebben. Deze grens wordt maar door ongeveer 10 tot 15% van de bedrijven gehaald. Verder hoeven bedrijven alleen per EU-lidstaat en per ‘belastingparadijs’ te rapporteren. De betalingen in andere landen worden geaggregeerd. Omdat er veel discussie bestaat over de definitie van belastingparadijzen en niet alle landen met gunstige tarieven worden opgenomen op de lijst, zal dit betekenen dat belastingontduiking nog steeds mogelijk blijft.

De hervorming van de Shareholder Rights Directive lijkt echter hoop te bieden, want ook hier wordt gesproken over CBCR. In dit voorstel worden andere voorwaarden gesteld aan bedrijven die zullen moeten voldoen aan CBCR. Ten minste twee van de drie volgende criteria moeten worden voldaan: a) een balanstotaal van meer dan €20 miljoen, b) een netto omzet van meer dan €40 miljoen, en c) meer dan 250 werknemers in dienst. Dit betekent dat veel meer bedrijven CBCR zullen moeten doen.

Andere nuttige toevoegingen aan CBCR die onder de hervorming van de Shareholder Rights Directive zouden kunnen worden gedaan zijn het rapporteren over ontvangen subsidies en het vrijgeven van een lijst met dochterondernemingen. Dergelijke informatie kan goed worden gebruikt in het opsporen van corruptie, belangenverstrengeling en belastingontwijking. Tot slot zal de rapportageplicht niet alleen gelden voor EU-lidstaten en belastingparadijzen, maar ook voor andere landen waar zij gevestigd zijn.

Het is echter maar de vraag of CBCR onderdeel blijft van de hervormingen na de presentatie van het CBCR-voorstel afgelopen week.

Onderhandelingen lopen

In juli 2015 heeft het Europees Parlement ingestemd met de hervormingen onder voorbehoud van enkele aanpassingen. Besloten werd om de eerste lezing van de tekst nog niet officieel te sluiten zodat de mogelijkheid tot een vroeg akkoord blijft bestaan. Op deze manier kan het Europees Parlement haar positie nog wijzigen na informele gesprekken met de Raad en hoeft men niet het hele wetgevingsproces te doorlopen om deze wijzigingen door te voeren.

Momenteel voert het Europees Parlement de informele gesprekken met de Raad van Ministers en onder toezicht van de Europese Commissie. De verwachting was dat men eind 2015 of begin 2016 al tot een overeenkomst zou komen in deze ‘trilogen’, maar dat is tot op heden nog niet het geval gebleken. Naar verluidt hebben de lidstaten in de Raad van Ministers nog enkele problemen met het voorstel en de amendementen van het Europees Parlement.

Nederland kan als voorzitter van de Raad van Ministers een cruciale rol spelen in de onderhandelingen over de aanpassingen van de Shareholder Rights Directive. Niet alleen leidt het de discussies over het onderwerp in de Raad, ook is het bij de trilogen met de Europese Commissie en het Europees Parlement aanwezig als vertegenwoordiger van de Raad.

Nederland heeft tot op heden geprobeerd een neutrale en bemiddelende rol te spelen in de discussies binnen de Raad, iets wat lastig is gebleken. Zeker met het oog op de Panama Papers en het voorstel voor CBCR van de Commissie is het van cruciaal belang dat Nederland zich hard maakt voor sterke hervormingen van de Shareholder Rights Directive, mét daarin aangescherpte CBCR. Waar het voorstel van de Commissie enigszins tekort schiet, biedt de Shareholder Rights Directive de kans wat goed te maken. Het is te hopen dat deze kans wordt aangegrepen.

CBCR