voorzitterschap

EU-voorzitterschap: richtlijn belastingontwijking nog niet aangenomen

Stefan DrijverEuropees, Feature, Internationaal, News, Nieuws, Wetgeving

Amsterdam, 27 mei 2016 – In verband met het Nederlandse EU-voorzitterschap volgt TI-NL de ontwikkelingen op enkele wetgevingsdossiers over de bestrijding van corruptie en het vergroten van transparantie. Dit maal aandacht voor de onderhandelingen over het Anti Tax Avoidance Package die afgelopen week hebben plaatsgevonden in de Raad van Ministers. Waar op een aantal kleinere onderdelen van het pakket maatregelen een akkoord werd bereikt binnen de Raad, bleef een overeenstemming over de richtlijn tegen belastingontwijking uit. Juist dit onderdeel had prioriteit voor het Nederlandse voorzitterschap. Wat ging er fout?

Het voorstel voor de richtlijn werd in januari als onderdeel van het Anti Tax Avoidance Package gepresenteerd en moet zorgen dat de EU-lidstaten een minimum niveau van bescherming bieden tegen belastingontwijking van bedrijven. Het bestaat uit zes onderdelen om belastingontwijking van bedrijven moeilijker te maken en is verreweg het belangrijkste deel van het Anti Tax Avoidance Package. Het Nederlandse voorzitterschap had graag op dit onderwerp een akkoord bereikt bij de afgelopen meeting van de Raad van Ministers, maar dit was een vrij ambitieuze doelstelling aangezien er unanimiteit onder de lidstaten nodig is. Die unanimiteit was waar het woensdag nog aan ontbrak.

CFC-regels

Een van de onderwerpen waar de landen het niet over eens konden worden waren de regels voor Controlled Foreign Companies (CFC’s). Onder de CFC-regels zouden bedrijven die winsten verschuiven van landen met een hoog belastingtarief naar dochterondernemingen in landen met een laag tarief als nog belasting moeten betalen wanneer het lage tarief minder dan 50% is van het hoge tarief. Met de 50%-grens bleken weinig staten moeite te hebben, zoals werd verwacht. De discussie ging vooral over het wel of niet toepassen van de regels op intra-EU-situaties. Sommige lidstaten willen dochterondernemingen die binnen de EU gevestigd zijn buiten de regelgeving laten. Anderen zouden de CFC-regels alleen willen toepassen op dochterondernemingen binnen de EU die kunnen worden aangemerkt als ‘geheel kunstmatig’.

Minister Dijsselbloem liet weten dat het niet toepassen van de regelgeving op dochterondernemingen binnen de EU wellicht wel de ‘makkelijke oplossing’ zou zijn, maar dat deze beperking geen ‘credible deal’ zou geven. Ook wanneer de regelgeving alleen wordt toegepast op dochterondernemingen die ‘geheel kunstmatig’ zijn, zouden veel risico’s op belastingontwijking blijven bestaan. Daarom is voorgesteld dat er een gedetailleerde definitie moet komen van welke dochterondernemingen binnen de EU onder de regelgeving zouden moeten vallen. Verder is als compromis besloten dat de bewijslast dat een dochteronderneming aan deze definitie voldoet bij de belastingautoriteiten wordt neergelegd.

Switch-over bepaling

Een ander onderdeel van de richtlijn waar discussie over bestond was de switch-over bepaling. In veel landen hoeft een bedrijf geen belasting te betalen over winsten die in het buitenland zijn gemaakt, met de veronderstelling dat hier in het land van herkomst belasting over is betaald. Echter, het gebeurt vaak dat dit niet het geval is, waardoor er sprake is van double non-taxation. De switch-over bepaling zal bedrijven verplichten bij belastingautoriteiten aan te geven wanneer zij dividenden en winsten uit het buitenland ontvangen en of hier belasting over is betaald. Wanneer dit niet het geval is, of slechts tegen laag tarief, kan een lidstaat alsnog belasting heffen. Dit wordt mogelijk wanneer het betaalde tarief minder dan 40% van het nationale tarief van de lidstaat bedraagt.

Een aantal lidstaten, waaronder Italië, Groot-Brittannië, Luxemburg, Ierland en België zouden kritisch zijn over de voorgestelde regels op dit gebied. Ook Nederland ziet dit onderdeel van de richtlijn liever verdwijnen, zo liet staatssecretaris Wiebes eerder weten in een Kamerbrief. Vooral de concurrentiepositie van de EU, en daarbij de deelnemingsvrijstelling die in sommige landen van toepassing is, zou worden aangetast door de switch-over bepaling. De Ierse minister van financiën Michael Noonan liet weten: “We want to make sure the scope of what we are suggesting does not inhibit legitimate investment that could create jobs and create wealth in our economies.” De lidstaten kwamen afgelopen woensdag nog niet veel dichter bij elkaar op dit onderwerp, ondanks enkele eerdere afzwakkingen van het originele voorstel. Het Nederlandse voorzitterschap liet dan ook weten dat het onderdeel wellicht uit de richtlijn zal worden gehaald.

Nog geen richtlijn, al wel CBCR

Ondanks deze tegenslagen hoopt het Nederlandse voorzitterschap nog voor juli de onderhandelingen over de richtlijn af te ronden: “We will continue working on this in the coming weeks. Hopefully we can come to a final agreement on this proposal in June,” sprak Dijsselbloem woensdag na de raadsvergadering. Het voorzitterschap had wellicht een akkoord kunnen sluiten door in te geven aan de opmerkingen van de verschillende ministers, maar dat zou afdoen aan de richtlijn, zo oordeelde Dijsselbloem: “That is not the way we are doing it, we need an effective deal, not just a deal.” Voor een effectieve richtlijn zullen er offers moeten worden gemaakt door de lidstaten, liet de minister weten. Ook Eurocommissaris Dombrovskis blijft positief gestemd: “There are reasons to believe we will reach an ambitious agreement.” Wellicht kan het akkoord worden bereikt tijdens de volgende raadsvergadering op 17 juni.

Overigens nam de Raad van Ministers deze week wel regelgeving aan over country-by-country reporting (CBCR) voor bedrijven en het delen van deze informatie tussen lidstaten. Op 8 maart bereikte de Raad op dit onderwerp al een akkoord en in mei kwam het voorstel door het Europees Parlement. Bedrijven met een omzet van minimaal €750 miljoen zullen per lidstaat waar zij gevestigd zijn jaarlijks moeten rapporteren over hun omzet, winst, belastingbetalingen, kapitaal, inkomsten, materiële activa en aantal werknemers. Dit zal al over het boekjaar 2016 moeten gebeuren. Deze informatie zal vervolgens automatisch worden gedeeld tussen belastinginstanties. Al eerder liet Transparency International weten dat het voorstel enkele flinke tekortkomingen had. Zo is de omzetgrens erg hoog en zal de informatie nog niet openbaar worden gemaakt. Voor openbare CBCR is een apart voorstel met vergelijkbare voorwaarden opgesteld.