generatie

Generatie Y wordt gedreven door eigenbelang

Lotte RooijendijkAlgemeen

Amsterdam, 20 april 2017 – De resultaten van de EY Fraud Survey wijzen uit dat onethisch gedrag en een hoge mate van wantrouwen nog steeds veelvoorkomend is bij werknemers van bedrijven in Europa (waaronder in Nederland), het Midden-Oosten, India en Afrika (EMEIA). Het tweejaarlijkse onderzoek  onder 4.100 medewerkers van grote bedrijven uit 41 landen wijst uit dat vooral de jongere generatie (generatie Y) eerder bereid is onethisch te handelen als dit in het voordeel is van het bedrijf waar ze werkzaam zijn.

Uit de EY EMEIA Fraud Survey 2017 “Human instinct or machine logic – which do you trust most in the fight against fraud and corruption?”, een tweejaarlijks onderzoek onder 4.100 medewerkers van grote bedrijven uit 41 landen, blijkt dat werknemers tussen de 25 en 35 jaar oud veel over hebben voor hun werkgever. De keerzijde daarvan is echter dat zij eerder bereid zijn onethisch te handelen als dit in het voordeel is van het bedrijf waar zij werkzaam zijn.

Generatie Y

Volgens de onderzoekers is vooral de losse houding van de generatie Y (25 tot 34 jaar oud, 32% van alle respondenten) opmerkelijk. Deze generatie heeft een relaxte houding ten opzichte van onethisch gedrag met 73% procent van generatie Y die aangeeft dergelijk gedrag te rechtvaardigen om een bedrijf te helpen. Bij werknemers tussen de 45 en 55 jaar oud is nog altijd bijna de helft (49%) die mening toegedaan. “Bovendien is 68% van de generatie Y-respondenten van mening dat hun management zou overgaan tot onethisch gedrag om een bedrijf te helpen overleven, en zou 25% van generatie Y geld betalen om klanten te winnen of te behouden”, aldus een van de onderzoekers. Generatie Y geeft tevens blijk van een groter wantrouwen ten opzichte van collega’s: de helft (49%) denkt dat hun collega’s bereid zouden zijn onethisch te handelen om hun carrière vooruit te helpen, vergeleken met 40% in alle leeftijdsgroepen gezamenlijk.

Brenton Steenkamp, Fraud Investigation & Dispute Services leader in Nederland:Ondanks tekenen van verbetering in sommige opkomende economieën beschouwt meer dan de helft (51%) van de respondenten in heel EMEIA (Nederland: 23%) omkoping en corruptie nog steeds als een grote uitdaging. Daarnaast zijn er zorgwekkende aanwijzingen dat senior managers tekortschieten in het aanpakken van deze problemen, wat een negatieve invloed kan hebben op personeel van de jongere generatie.”

Eigenbelang blokkeert aankaarten onethisch gedrag

Van de Nederlandse ondervraagden geeft ruim twee derde aan dat zorgen over ethisch gedrag binnen het bedrijf waar ze werkzaam zijn geen reden is om ontslag te overwegen. Bijna de helft van de Nederlanders in in de veronderstelling dat hun carrièreontwikkeling (47%) dan wel loyaliteit aan collega’s (42%) hen in de weg zouden staan om fraude, omkoping of corruptie intern te melden. Internationaal is dat percentage meer dan de helft van alle respondenten, nl. 56% die stelt geen melding te doen bij een mogelijke misstand. Nog meer zorgen baart het feit dat 48% van degenen die bezorgd zijn over onethisch gedrag, zich onder druk hebben gevoeld deze informatie voor zich te houden. Echter, zelfs als werknemers wel melding willen maken van een mogelijke misstand, weten velen niet hoe. Uit de survey is gebleken dat slechts 21% van de mensen zich bewust zijn van een klokkenluiders-hotline binnen hun bedrijf.

Hoewel het bewustzijn van interne rapportagemechanismen laag is, wijst de survey uit dat 73% van de respondenten wel zouden overwegen extern een melding te doen van mogelijke fraude, omkoping en corruptie in hun bedrijf. De meerderheid van de respondenten zou dit alleen doen als er geen actie werd ondernomen na de interne rapportage. 15% van de respondenten zou rapporteren ongeacht de respons van het bedrijf. Een aanzienlijke meerderheid van degenen die extern zouden rapporteren (57%), zouden rechtstreeks naar een rechtshandhavingsinstantie gaan.

Het onderzoek geeft resultaten die elkaar bijten. Als bedrijven zich niet bewust zijn of niet effectief reageren op de zorgen van hun werknemers, zal het personeel waarschijnlijk het vertrouwen in interne rapportageprocessen verliezen. Als werknemers ervoor kiezen om interne meldprocedures te omzeilen en alleen melding maken bij externe partijen, kan het de situatie moeilijker maken voor de bedrijven. In het licht hiervan zouden bedrijven moeten overwegen hun interne meldprocedures zo in te richten dat alle mogelijke informatie over wangedrag bekend onder hun werknemers, wordt behandeld en vastgelegd, waarbij de melder van de misstand ten alle tijden beschermd moet worden.

“Bedrijven moeten stappen ondernemen om een cultuur te creëren waarin het in het belang van de werknemers is om te doen wat juist is. Trainings- en bewustwordingsprogramma’s kunnen een grote rol spelen in het duidelijk maken wat de gevolgen zijn van fraude en corruptie, en mensen aanmoedigen zich uit te spreken als ze zorgen hebben over onethisch gedrag”, aldus Steenkamp.

Privacy VS monitoren

Uit de survey komt een duidelijke spanning naar voren tussen het gebruik van technologie en het monitoren van privégegevens van werknemers. Driekwart (75%) van alle respondenten zegt dat hun bedrijf tenminste één van de bronnen als e-mails, telefoongesprekken of chatgesprekken moet bewaken. Desalniettemin is 89% van mening dat het monitoren van één van deze gegevens een inbreuk op de privacy zou vormen.

Privacy is een belangrijk goed in Nederland en met name bij de monitoring van e-mail en telefoongesprekken komt dat duidelijk naar voren. Maar liefst driekwart van de Nederlandse respondenten staat niet open voor het monitoren van e-mailverkeer (76%) en telefoongesprekken (76%) en de helft (49%) geeft aan bezwaar te hebben bij het monitoren van social media profielen (49%) om het risico op fraude, corruptie en omkoping te verminderen.

“De dreiging die van werknemers uitgaat is zeer reëel, maar blijft lastig op te sporen zonder het verzamelen en analyseren van gegevens uit uiteenlopende bronnen. Door zich te richten op gedragspatronen kunnen bedrijven personen opsporen die een verhoogd risico kunnen vormen”. Steenkamp geeft aan dat het van groot belang is voor bedrijven nieuwe technologieën op het gebied van toonaangevende forensische data-analytiek te omarmen om onethisch gedrag te herkennen en op te sporen.