WK in Qatar brengt werkelijke kosten van corruptie in beeld

Thomas van NeckAlgemeen

Amsterdam, 8 December 2022 – Op 20 November ging het WK 2022 van start in Qatar. Dat Qatar het meest omstreden WK gastland ooit is zal niemand ontgaan zijn. In de aanloop naar het WK kwam er steeds meer aandacht voor de mensenrechtenschendingen en de uitbuiting van gastarbeiders in het land. Beide problemen waren al algemeen bekend toen Qatar in 2010 door FIFA verkozen werd tot gastland. Het is daarom belangrijk dat we blijven kijken naar dat wat deze dubieuze keuze mogelijk maakte. Het fenomeen dat aan de grondslag ligt van alle controverse rond het WK 2022: Corruptie.

Schending van mensenrechten:

Uit onderzoek van Amnesty International blijkt dat mensenrechten in Qatar veelal met voeten getreden worden De vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en vrijheid van vereniging worden allemaal sterk onderdrukt door de autoriteiten. Daarnaast wordt er zowel in de wet als in de praktijk sterk gediscrimineerd tegen vrouwen en is het zijn van LGHBTI+ wettelijk strafbaar.

Uit het nieuws in aanloop naar het WK is naast de schending van deze mensenrechten ook vooral de structurele uitbuiting van gastarbeiders in Qatar sterk naar voren gekomen. Gastarbeiders vormen bijna 90% van de bevolking van Qatar en komen meestal uit armere landen in Afrika en Zuid-Azië. Van het geld dat ze in Qatar verdienen hopen zij vaak hun familie in hun thuisland te kunnen onderhouden. Eenmaal in Qatar aangekomen wordt hun paspoort meestal afgepakt en worden ze gedwongen te werken onder gevaarlijke en mensonterende omstandigheden. Volgens de Britse krant The Guardian zijn er zeker 6.500 arbeidsmigranten omgekomen in Qatar sinds het werd aangewezen als gastland twaalf jaar geleden. Het totale dodental ligt echter waarschijnlijk nog hoger.

Omkoping

Qatar’s problematische trackrecord op het gebied van mensenrechten en de structurele uitbuiting van gastarbeiders waren welbekende problemen in 2010. Daarnaast was Qatar een klein land, zonder echte voetbalgeschiedenis en met een extreem warm klimaat waarin topvoetbal eigenlijk niet kan worden gespeeld. De keuze van de FIFA voor Qatar als gastland ging dan ook tegen alle voorspellingen in en er volgde al snel aantijgingen van corruptie.

Een disclaimer is hier echter wel op zijn plaats. Een twee jaar lang onderzoek van het FIFA ethics committé vond geen bewijs dat Qatar linkt aan corruptie bij het verkrijgen van het WK 2022. Qatarese autoriteiten hebben dan ook altijd, met een zeker goed recht, enige betrokkenheid bij corruptie binnen de FIFA sterk ontkent.

Dat er echter wel veel corruptie plaatsvond binnen de FIFA in de aanloop naar de selectie van de gastlanden voor het WK van 2018 en 2022, daar is geen twijfel over mogelijk. Al in 2011 stapte voormalig medewerker voor de Qatarese WK campagne, Phaedra Almajid, naar voren met claims dat Qatar de Afrikaanse FIFA officials Issa Hayatou, Jacques Anouma en Amos Adamu 1.5 miljoen dollar zou hebben betaald voor hun stemmen. Later dat jaar trok zij haar claims terug, maar gaf in 2014 aan dit gedaan te hebben onder dreiging van Qatarese instanties.

In 2014 kreeg de Britse krant The Sunday Times een grote stapel gevoelige documenten in handen waaruit bleek dat de Qatarese bouwmagnaat, Mohammed Bin Hammam, toen lid van het directiecomité van de FIFA, honderden miljoenen dollars aan steekpenningen had betaald aan verschillende FIFA officials om hun steun te verkrijgen voor Qatar. Bin Hammam werd beschreven als een drijvende kracht achter de Qatarese WK campagne, maar beklede geen officiële positie daarbinnen. Hierdoor kon er niet gesproken worden van een officiële connectie en ging Qatar vrijuit. En dan was er ook nog het eigenaardige etentje bij het paleis Elysée in November 2010 , waarbij Platini en de Emir van Qatar samen om de tafel schoven op uitnodiging van oud president Sarkozy. Kort daarna veranderde Platini zijn stem voor het WK 2022 aan Qatar, maar volgens hem had het één niks met het andere te maken. 

Deze voorvallen vormen slechts het topje van de ijsberg aan corruptie die sinds de verkiezing van Qatar tot gastland in 2010 langzaam is blootgelegd. Sindsdien zijn 15 van de 22 leden van het FIFA directiecomité, die in 2010 mochten stemmen, strafrechtelijk veroordeeld. Sepp Blatter, de oud voorzitter van de FIFA, gaf vorige maand in een interview ook toe dat de keuze voor Qatar “een vergissing” was. Van corruptie wou hij echter niet spreken. 

Een gevaarlijke trend:

Alle aandacht is nu natuurlijk gevestigd op Qatar, maar we moeten niet vergeten dat dit niet de eerste keer is dat de FIFA het WK toekent aan een land met een dubieuze reputatie. In 2010 besloot de FIFA immers ook om het vorige WK van 2018 aan Rusland toe te kennen. Het land dat de FIFA zich dit jaar nog genoodzaakt zag te verbannen van alle internationale wedstrijden als gevolg van diens invasie van Oekraïne.

De FIFA heeft dus de afgelopen twee WK’s toegekend aan landen met dubieuze reputaties, maar ook vooral met diepe zakken. De kans dat dit opnieuw gebeurt is nu ook weer aanwezig. Saudi-Arabië heeft immers recent aangegeven het WK van 2030 te willen organiseren. De FIFA heeft al aangegeven dat het bij de selectieprocedure van het WK 2030 mensenrechteneisen zal hanteren, maar of deze ook echt gehandhaafd zullen worden blijft nog de vraag. Het onafhankelijke adviesorgaan voor mensenrechten van de FIFA is kortgeleden ontbonden nadat de voorzitter had aangegeven weinig binnen de organisatie te kunnen veranderen. Verandering vanuit de FIFA zelf lijkt dus onwaarschijnlijk en zolang dat het geval is blijft de kans aanwezig dat de geschiedenis zich zal herhalen, met alle gevolgen van dien.