Lobbyregister: “Een beetje integer bestaat niet”

Arthur SterkAlgemeen, Lobbyen, Open Overheid, Politieke en bestuurlijke integriteit

Den Haag, (datum) – Op donderdag 24 september vond het commissiedebat Integriteit openbaar bestuur plaats, waarin het lobbyregister uit het regeerakkoord een prominente plek innam. Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Pieter Heerma zegde toe de Kamer dit najaar te informeren over het tijdpad voor de invoering. Daarmee verschuift ruim zeven jaar nadat GRECO, Nederland adviseerde de transparantie rond lobbycontacten te verbeteren, de discussie van de vraag óf er een lobbyregister moet komen naar de vraag hóe het moet worden ingericht. Transparency International Nederland juicht die ontwikkeling toe, maar er zijn ook zorgen.

Lobbyregister als middel om de transparantie van de politieke besluitvorming te vergroten

In zijn brief aan de Kamer noemt de minister het lobbyregister een middel voor meer transparantie. Het moet zichtbaar maken wie invloed probeert uit te oefenen op beleid en wetgeving. Tegelijkertijd moet het register proportioneel en werkbaar blijven. Het mag geen onnodige drempels opwerpen voor wie contact zoekt met beleidsmakers. Het kabinet acht wetgeving noodzakelijk. Daarbij spelen drie vragen: wat lobbyisten registreren, hoe het toezicht werkt en hoe breed de reikwijdte wordt.

In het debat was de minister duidelijk over het doel: “Het lobbyregister is effectief als het democratische controle op het besluitvormingsproces versterkt en als het beter inzichtelijk maakt wie op welk moment in het proces invloed heeft proberen uit te oefenen.” Openbare agenda’s en consultatieparagrafen schieten daarin volgens hem tekort. Dat bleek ook uit de kritiek van Pro-kamerlid Tseggai op de openbare agenda’s van bewindspersonen. Bij verschillende ministers stond die week alleen de ministerraad in de agenda. “Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat de ministers de rest van de week geen andere dingen doen die misschien ook openbare vermelding verdienen.” De minister noemde de oproep terecht en zal die overbrengen aan zijn collega’s.

Wel noemde Heerma het register “geen wondermiddel” en geen instrument tegen corruptie. Met dat laatste is TI-NL het niet mee eens. De Europese Huawei-zaak laat juist zien hoe waardevol een register is als instrument tegen corruptie.  Journalisten vonden de eerste aanwijzingen van toegenomen lobbyactiviteit in het EU-transparantieregister. Dat leidde uiteindelijk tot een strafrechtelijk onderzoek.

Bescherming van ambtenaren

Het kabinet plaatst kanttekeningen bij het opnemen van ambtenaren in het register. Volgens de brief kan registratie van contacten met topambtenaren hen onbedoeld in de politieke arena trekken. In het debat wees de minister op Ierland, waar ambtenaren vaker politiek benoemd zijn. Ook begonnen sommige landen met alleen bewindspersonen. TI-NL zet vraagtekens bij deze redenering. Topambtenaren bereiden belangrijk beleid voor en zijn daarom een logisch aanspreekpunt voor lobbyisten. Vallen zij buiten het register, dan zou de lobby eenvoudig kunnen verschuiven van de minister naar de ambtenaar. Een groot deel van de beïnvloeding blijft dan buiten beeld. TI-NL is niet voor de openbaarheid van de persoonlijke gegevens van ambtenaren. Wel moet zichtbaar zijn dat er lobbycontact met een ministerie was en op welk niveau.

Verdeeldheid binnen Commissie

D66 en PRO zijn uitgesproken voorstanders. Volgens Renilde Huizenga (D66)  is transparantie een voorwaarde voor vertrouwen. Zij pleitte voor een eenvoudig register, naar voorbeeld van de demoversie van de Open State Foundation, en wil dat ook contacten met topambtenaren worden geregistreerd. Tseggai (Pro) verwees naar de trage opvolging van GRECO-aanbevelingen: “Een beetje integer bestaat niet, wordt er vaak gezegd. En in Nederland lijkt het toch wel een beetje de norm te zijn.” Zij wil onafhankelijk toezicht met sancties, anders krijg je “een tandeloze tijger”.

VVD en CDA zijn terughoudender. Wim Meulenkamp (VVD) waarschuwde voor onnodige bureaucratie, maar vond het nog “veel te vroeg” voor een oordeel. Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA) noemde uitvoerbaarheid en beperkte administratieve lasten “voorwaardelijk”. Zichtbaar maken wie er aan tafel komt vindt zij prima, maar alles registreren helpt volgens haar niet bij het doel van het register.

JA21 en SGP waren het meest kritisch. “Een integere overheid begint niet bij nog een protocol of nog een register,” aldus Clemminck (JA21). Hij stelde vragen over wie eigenlijk lobbyist is. Flach (SGP) vond dat de politiek niet zonder beslotenheid kan. Hij vroeg zich af of een register niet vooral “schijntransparantie” oplevert en wantrouwen aanwakkert. Clemminck noemde dat het belangrijkste bezwaar van zijn fractie.

De minister zag dat anders. Nederland is volgens hem een land waar “op heel veel lagen integriteit de norm is”. Transparantie kan dat juist laten zien: “het kan demystificeren.” Het risico dat een register een wapen wordt, erkende hij. Maar dat is volgens hem vooral “een reflectievraag over hoe we met elkaar het politieke debat voeren”. TI-NL sluit zich daarbij aan.

Hoe nu verder?

TI-NL is blij dat er werk wordt gemaakt van een lobbyregister, maar blijft waken voor een te grote afzwakking. De minister liet doorschemeren dat contacten tussen overheden onderling mogelijk buiten het register vallen, en of Kamerleden eronder vallen is nog open. TI-NL pleit voor een register waarin bewindspersonen, ambtenaren en lobbyisten hun contacten registreren, met een brede definitie van wie als lobbyist geldt. Daarnaast moet de naleving onafhankelijk worden gehandhaafd, zodat het register geen vrijblijvend instrument wordt.

Kijk het volledige commissiedebat Integriteit openbaar bestuur terug (24 september 2026)

Agenda en stukken van het debat

Wil jij TI-NL ondersteunen in haar strijd voor klokkenluidersbescherming, politieke integriteit en een samenleving vrij van corruptie? Word dan lid, of steun ons via een donatie.