26 maart 2026, Den Haag – Het Europees Parlement is zojuist akkoord gegaan met de nieuwe Europese anti-corruptierichtlijn. Dit is een belangrijke mijlpaal in de aanpak van corruptie binnen de EU, omdat dit voor het eerst een gemeenschappelijke juridische basis biedt om corruptie binnen Europa aan te pakken. De impact zal echter afhangen van het ambitieniveau waarmee de lidstaten de nieuwe wetgeving implementeren. Volgens Transparency International Nederland zal de richtlijn Nederland dwingen om eindelijk achterstallig onderhoud te plegen.
Positieve ontwikkeling
Volgens Lousewies van der Laan, directeur van Transparency International Nederland, is de richtlijn een belangrijke stap vooruit. “Voor het eerst zijn er EU-brede minimumnormen voor de strafbaarstelling en aanpak van corruptie. Het is op onderdelen minder scherp dan wij hadden gewild, maar het feit dat er nu een basis is, is een belangrijke mijlpaal. Veel lidstaten zullen nu worden gedwongen een paar maatregelen te nemen die nationaal lastig liggen, en dat geldt zeker ook voor Nederland.”
Nationale anti-corruptiestrategie
De richtlijn vraagt dat lidstaten een nationale anti-corruptiestrategie ontwikkelen en centrale anti-corruptieautoriteit oprichten. Transparency hamert er al langer op dat het anti-corruptiebeleid in Nederland te gefragmenteerd is en daardoor minder effectief dan zou kunnen. Volgens Transparency ligt er voor het kabinet-Jetten een mooie kans zich te onderscheiden door dit onderwerp voortvarend en met ambitie op te pakken.
Corruptierisico’s in kaart gebracht
Eerder deze maand verscheen het rapport National Risk Assessment Corruptie van het WODC, het kennisinstituut over de rechtsstaat dat onderdeel is van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Volgens Transparency biedt dit rapport een uitstekende to do-lijst voor de regering.
Van der Laan: “De onderzoekers van het ministerie komen veelal tot dezelfde conclusies als wij, zoals: in Nederland zit het grootste corruptierisico bij de politiek. Er is geen lobbyregister, terwijl de verwevenheid tussen politieke partijen, volksvertegenwoordigers en lobbyorganisaties groter is dan in andere landen. Dit is een risico als het gaat om disproportionele invloed voor specifieke bedrijven of sectoren, maar het is ook goed mogelijk dat buitenlandse mogendheden hier misbruik van maken. Nederland moet deze kwetsbaarheid nu echt gaan aanpakken.”
Nederland heeft jarenlang een opt-out gehandhaafd bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie op het verbod op “handel in invloed”, iets wat in de rest van de EU al strafbaar is. De nieuwe richtlijn maakt nu een einde aan deze uitzondering.
Richtlijn verzwakt
Waar de Europese Commissie en het Parlement eerst met een zeer ambitieuze agenda aan de richtlijn begonnen, is de uiteindelijke wetgeving door de Europese Raad die de lidstaten. vertegenwoordigt flink verzwakt. Zo blijft de aansprakelijkheid voor bedrijven en bestuurders bij corruptieaffaires beperkt, zijn preventieve maatregelen vaag geformuleerd en ontbreken duidelijke eisen voor handhaving in de lidstaten. Van der Laan: “De richtlijn legt een belangrijk fundament, maar het is geen eindpunt. Transparency zal zowel in Nederland als in andere landen de regering er voortdurend aan herinneren dat de richtlijn slechts minimumnormen vastlegt, maar dat het lidstaten vrij staat om hier betere wetgeving bovenop te plaatsen.”
“De Europese richtlijn geeft het startschot,” besluit Van der Laan. “Nu is het aan het kabinet Jetten om te laten zien dat het serieus werk maakt van integriteit.”
Het rapport National Risk Assessment van het WODC is hier te downloaden.
Wil jij TI-NL ondersteunen in haar strijd voor klokkenluidersbescherming, politieke integriteit en een samenleving vrij van corruptie? Word dan lid, of steun ons via een donatie:


