Den Haag, 18 oktober 2026 – Met de publicatie van een ontwerpwet tegen grensoverschrijdende corruptie heeft China een opvallende stap gezet in de ontwikkeling van zijn anti-corruptiebeleid. De voorgestelde wet creëert voor het eerst een afzonderlijk juridisch kader voor corruptie met een internationale dimensie, waaronder omkoping van buitenlandse functionarissen, corruptie door Chinese bedrijven in het buitenland en andere corruptiegevallen met gevolgen voor China.
Dat verdient aandacht. China is uitgegroeid tot een van de grootste investeerders ter wereld, met activiteiten in meer dan 190 landen en regio’s. Naarmate Chinese bedrijven internationaliseren, groeit ook de verantwoordelijkheid van de Chinese overheid om buitenlandse omkoping en andere vormen van grensoverschrijdende corruptie effectief aan te pakken. En daar is voldoende aanleiding voor: in de Corruption Perceptions Index 2025 van Transparency International behaalt China een score van 43 uit 100 en staat het op de 76e plaats in de ranking.
Vult China de leemte van de VS op?
Vanuit het perspectief van corruptiebestrijding is dit in beginsel een positieve ontwikkeling. Corruptie stopt immers niet bij landsgrenzen. Een effectieve mondiale aanpak vereist dat alle grote economische machten verantwoordelijkheid nemen voor het gedrag van hun bedrijven in het buitenland. Tot nu toe werd internationale handhaving vooral geassocieerd met instrumenten zoals de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) en de Britse Bribery Act, waarbij handhaving van de FCPA aanzienlijk flink is verzwakt onder het leiderschap van president Trump. De Chinese ontwerpwet kan erop wijzen dat China een grotere rol wil spelen in de wereldwijde strijd tegen corruptie.
Toch is voorzichtigheid geboden. De waarde van een anti-corruptiewet wordt niet alleen bepaald door haar ambities, maar ook door de wijze waarop zij wordt toegepast. Juist op dat punt roept het Chinese voorstel belangrijke vragen op. Juridische analyses wijzen erop dat de wet een zeer ruime extraterritoriale werking krijgt. Niet alleen Chinese ondernemingen, maar ook buitenlandse bedrijven en personen kunnen onder de wet vallen wanneer hun activiteiten een voldoende sterke band met China hebben.
Anti-corruptie of strategische autonomie?
Een dergelijke benadering is niet uniek. Verschillende landen passen hun anti-corruptiewetgeving buiten de eigen grenzen toe. Maar sterke extraterritoriale bevoegdheden vereisen ook sterke rechtswaarborgen. Onafhankelijke rechtspraak, transparantie over vervolgingsbeslissingen en gelijke toepassing van de wet zijn cruciaal om te voorkomen dat anti-corruptiebeleid wordt ingezet voor politieke of economische doeleinden.
Hier ligt een belangrijke uitdaging. China presenteert de ontwerpwet als onderdeel van een bredere inzet voor integriteit en internationale samenwerking. Tegelijkertijd bevat het voorstel bepalingen die buitenlandse onderzoeken kunnen beperken en ruimte bieden voor tegenmaatregelen wanneer buitenlandse handhaving als ongewenst wordt beschouwd. Verschillende juridische analyses zien hierin een verband met China’s bredere streven naar strategische autonomie en grotere controle over buitenlandse juridische activiteiten op Chinees grondgebied.
Dat creëert een spanning. Effectieve bestrijding van grensoverschrijdende corruptie vereist juist internationale samenwerking, informatie-uitwisseling en wederzijds vertrouwen tussen opsporingsautoriteiten. Wanneer landen enerzijds samenwerking beloven maar anderzijds barrières opwerpen voor buitenlandse onderzoeken, wordt het moeilijker om complexe internationale corruptiezaken succesvol aan te pakken.
Uitdagingen voor Europese bedrijven
Voor Europese bedrijven brengt de ontwerpwet bovendien nieuwe uitdagingen met zich mee. Multinationale ondernemingen kunnen geconfronteerd worden met aanvullende complianceverplichtingen en met mogelijke conflicten tussen Chinese regels en verplichtingen uit andere rechtsgebieden. Dat onderstreept het belang van sterke interne integriteitsprogramma’s en een consistente aanpak van corruptierisico’s wereldwijd.
Nederlandse bedrijven met een Chinese dochter kunnen klem komen te zitten. Loopt er een Nederlands of Amerikaans onderzoek en liggen de mails in Shanghai, dan eist de ene wet medewerking en verbiedt de andere die. Het OM en de FIOD worden voor bewijs uit China volledig afhankelijk van Pekings toestemming.
Hoe moeten we op deze ontwikkeling reageren? Niet met wantrouwen alleen, maar ook niet met naïef optimisme. Het zou verkeerd zijn om elke Chinese maatregel tegen corruptie af te doen als louter geopolitiek instrument. Tegelijkertijd moet geloofwaardigheid worden verdiend door concrete resultaten en transparante handhaving.
Onafhankelijkheid bepaalt effectiviteit
De focus moet niet alleen liggen op de inhoud van de wet, maar vooral op de uitvoering ervan. Worden onderzoeken onafhankelijk gevoerd? Worden staatsbedrijven en private ondernemingen gelijk behandeld? Worden buitenlandse omkopingszaken daadwerkelijk vervolgd? En wordt internationale samenwerking versterkt in plaats van beperkt? Een wet tegen corruptie is immers zo goed als de onafhankelijkheid van wie haar handhaaft.
De Chinese ontwerpwet kan uitgroeien tot een belangrijke bijdrage aan de mondiale strijd tegen corruptie. Maar uiteindelijk zal niet de wetstekst zelf, maar de praktijk bepalen hoe zij wordt beoordeeld. Pas wanneer handhaving transparant, voorspelbaar en rechtsstatelijk plaatsvindt, kan deze wet worden gezien als een geloofwaardige stap vooruit in de wereldwijde strijd tegen corruptie.
Wil jij TI-NL ondersteunen in haar strijd voor klokkenluidersbescherming, politieke integriteit en een samenleving vrij van corruptie? Word dan lid, of steun ons via een donatie.


