Defence Companies Index

Defence Companies Index 2020: Nederlandse bedrijven scoren beneden gemiddeld op anti-corruptie

Yorn GielingAlgemeen, Corruptie, Integriteit, Intern nieuws, Internationaal, Klokkenluiders, Lobbyen, Nieuws, Omkoping, Onderzoeken, Private sector, Publicaties

Amsterdam, 9 februari 2021 – Bijna driekwart van ’s werelds grootste defensiebedrijven tonen weinig tot geen inzet om corruptie aan te pakken, zo blijkt uit nieuw onderzoek van Transparency International. ‘Deze resultaten tonen aan dat de defensiesector in zijn geheimhouding blijft hangen en dat bedrijven vaak een ontoereikend beleid en onvoldoende procedures voeren om zich te beschermen tegen corruptie’, aldus Natalie Hogg, directeur van het Defence & Security Programme van Transparency International.

De Defence Companies Index on Anti-Corruption and Corporate Transparency (DCI) is de enige wereldwijde index die de inzet voor transparantie en anti-corruptie van ’s werelds 134 grootste defensiebedrijven meet. In de index wordt openbare data geanalyseerd om de kwaliteit, omvang en beschikbaarheid van beleid en procedures ter bestrijding van corruptie en omkoping te beoordelen.

En dat is van groot belang: de defensie-industrie is een belangrijk doelwit voor corruptie vanwege de enorme hoeveelheid geld die ermee gemoeid is (de wereldwijde militaire uitgaven in 2019 werden door het Stockholm International Peace Research Institute geschat op meer dan $1,9 miljard), de nauwe banden tussen defensiecontracten en de politiek, en de beruchte sluier van geheimhouding waaronder de sector opereert.

Van de 134 geanalyseerde bedrijven hebben er twee hun hoofdkantoor in Nederland gevestigd of geregistreerd: Damen Schelde Naval Shipbuilding en Airbus SE.

Belangrijkste bevindingen Defence Companies Index

  • Slechts 12% (16) van de 134 beoordeelde bedrijven krijgt een goede ‘A’ of ‘B’ score, wat aantoont dat ze zich sterk inzetten tegen corruptie.
  • 73% (98) ontving een ‘D’ of lager, wat wijst op weinig toewijding aan transparantie en anti-corruptie.
  • Van de 36 bedrijven die een ‘C’ of hoger scoorden, zijn er 21 gevestigd in Europa en 13 hebben hun hoofdkantoor in Noord-Amerika.

De meeste bedrijven scoren het laagst op de gebieden met het hoogste risico op corruptie. Veel bedrijven erkennen niet publiekelijk dat ze met verhoogde risico’s worden geconfronteerd wanneer ze zakendoen in markten die gevoelig zijn voor corruptie, en nemen ook geen maatregelen om deze risico’s te identificeren en te beperken. Slechts enkele bedrijven nemen maatregelen om corruptie te voorkomen bij compensatieovereenkomsten, een ingewikkeld ruilspel in de internationale wapenhandel en politiek, dat het gevolg is van het ontbreken van een gelijk speelveld binnen de defensiesector.

Nederland is geen grote speler binnen de defensie-industrie, en is voornamelijk afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Met defensieorders worden miljarden euro’s gemeenschapsgeld overgemaakt naar het buitenland. Daarom is er sprake van een compensatiebeleid. Buitenlandse leveranciers worden verplicht om tegenprestaties, of compensaties, te leveren aan de Nederlandse industrie. Compensatieovereenkomsten zijn afspraken tussen de overheid en de buitenlandse leverancier, om werk in eigen land te verrichten. Het kan gaan om de ontwikkeling en productie van bepaalde componenten of munitie. Dit levert werkgelegenheid op. De meeste bedrijven doen echter weinig om het hoge risico van omkoping tegen te gaan, dat gepaard gaat met het gebruik van agenten en tussenpersonen om namens hen deals te sluiten.

Defence Companies Index

Airbus en Damen scoren beneden gemiddeld

Dit geldt ook voor Airbus SE (score: ‘C’) en Damen Schelde Naval Shipbuilding (score: ‘D’). Deze in Nederland gevestigde bedrijven scoren het slechtst op het nemen van maatregelen om corruptie in compensatieovereenkomsten te voorkomen. Zowel Airbus als Damen publiceren geen details over compensatieverplichtingen -of contracten. Daarbij worden ook geen details gepubliceerd over agenten die namens de compensatieprogramma’s van de bedrijven optreden.

“Net als bij buitenlandse omkoping is het teleurstellend dat Nederland zo slecht scoort in de Defence Companies Index, aldus Lousewies van der Laan, directeur Transparency International Nederland. “Juist in deze sector is het van belang dat bedrijven bewust omgaan met de risico’s van corruptie en een actief beleid hebben om corruptie te voorkomen. Dat geldt ook voor de compensatieovereenkomsten en de tussenpersonen die daarvoor worden ingehuurd.”

Veel bedrijven scoren goed op de kwaliteit van hun interne anticorruptie-maatregelen, zoals publieke toezeggingen om corruptie te bestrijden en processen om te voorkomen dat werknemers zich inlaten met omkoping. Bij Airbus en Damen is dit niet anders. Beide bedrijven scoren relatief goed op het gebied van intern beleid en/of procedures om corruptie te voorkomen. De bedrijven hebben bijvoorbeeld een specifieke procedure om klokkenluiderszaken te behandelen. Ook kennen Airbus en Damen een duidelijk anti-benadelingsbeleid voor klokkenluiders die misstanden zoals omkoping en corruptie aan het licht brengen. Bovendien kunnen meldingen van vermoede corruptie vertrouwelijk, en waar mogelijk, anoniem worden gedaan, en worden de onderzoeken door een onafhankelijk of extern team uitgevoerd.

Omdat de meeste bedrijven echter geen bewijs publiceren over hoe dit beleid in de praktijk werkt, is het onmogelijk om te weten of het niet slechts een papieren tijger maar ook daadwerkelijk effectief is. Ook Airbus en Damen hebben het nodige te verbeteren op dit gebied. De doeltreffendheid van deze anti-corruptieprogramma’s zijn moeilijk aan te tonen, want enquêtes onder het personeel, audits en gegevens over het gebruik van meldkanalen en sancties voor overtredingen ontbreken.

Naast compensatieovereenkomsten scoren Airbus en vooral Damen laag op het gebied van belangenverstrengeling, klantenbinding en hoge risico markten in de Defence Companies Index. Vaak is dit het gevolg van het niet overleggen van informatie op deze gebieden, of omdat er geen publieke informatie is. Zo is het bij beide bedrijven onduidelijk of er een beleid is dat de tewerkstelling van huidige of voormalige ambtenaren regelt.

“Helaas scoren ook in Nederland gevestigde bedrijven slecht op de DCI 2020. Het is nu van belang om te bepalen hoe deze bedrijven aangezet gaan worden tot het actief bestrijden van corruptie. Mogelijkheden hiertoe zouden het instellen van sancties, druk vanuit aandeelhouders en meer toezicht vanuit de overheid zijn.” – Lousewies van der Laan, directeur TI-NL.

Aanbevelingen aan defensiebedrijven

Transparency International roept defensiebedrijven op zich in te zetten voor meer transparantie over:

  • Hoe zij de risico’s die gepaard gaan met het werken in corruptiegevoelige landen beoordelen en beperken, en de verhoogde risico’s van zakendoen in deze markten publiekelijk erkennen;
  • De bestaande anti-corruptieprogramma’s en de uitvoering van hun beleid en procedures;
  • Maatregelen om corruptie te voorkomen en aan te pakken in alle risicovolle bedrijfsdomeinen, inclusief het gebruik van tussenpersonen, relaties met leveranciers, joint ventures, compensatieovereenkomsten en interacties met overheidsfunctionarissen;
  • Gegevens die de doeltreffendheid van hun anti-corruptieprogramma’s aantonen, zoals personeelsenquêtes, audits en gegevens over het gebruik van klokkenluidersmeldpunten en sancties voor overtredingen.

TRANSPARENCY INTERNATIONAL NEDERLAND

Contact media:
Lousewies van der Laan
E: l.vanderlaan@transparency.nl
T: +31 6 39 82 65 85