fraude

Fraude treft bijna 9 op de 10 bedrijven: preventie vereist een brede aanpak

Dieuwertje KnieseAlgemeen, Feature, Fraude, Integriteitscultuur en veilige meldcultuur, Klokkenluiders, Nieuws, Onderzoeken

Den Haag, 10 juni 2026 – Fraude door externe partijen én eigen medewerkers treft een groeiend aantal organisaties. Uit onderzoek van Allianz blijkt dat 89% van de Nederlandse en Belgische ondernemingen afgelopen jaar te maken heeft gehad met fraude. Transparency International Nederland (TI-NL) benadrukt dat effectieve preventie verder gaat dan technische controlesystemen: een organisatiecultuur waarin medewerkers misstanden veilig kunnen melden, is even onmisbaar.

Fraude niet langer een incidenteel risico

Waar in 2022 nog 51% van de ondervraagde bedrijven aangaf met fraude te maken te hebben gehad, is dat aandeel gestegen naar 89%. Fraude is daarmee geen incidenteel risico meer, maar een structureel vraagstuk. Hoewel de financiële schade in veel gevallen beperkt bleef, had fraude bij één op de drie organisaties aanzienlijke gevolgen: schadebedragen liepen op tot meer dan 100.000 euro. Bij één op de vijf organisaties bedroeg de schade zelfs meer dan 500.000 euro.

Fraude wordt in de meeste gevallen nog altijd gepleegd door eigen medewerkers. Verschillende motieven spelen daarbij een rol: 41% van de fraudeurs probeerden financiële problemen te dekken met fraude, terwijl ook een hoog uitgavenpatroon, ontevredenheid over de beloning en verslavingsproblematiek meewegen. Opvallend is dat in 33% van de gevallen simpelweg de gelegenheid de doorslaggevende factor bleek.

Opkomst van AI-gerelateerde fraude

Zowel grote als kleine organisaties signaleren een toename van data- en AI-gerelateerde fraude-incidenten. Bij 36% van de externe fraudegevallen ging het om diefstal of vernietiging van data. AI-gerelateerde fraude neemt uiteenlopende vormen aan: van vervalste bedrijfsdocumenten en stemnabootsing tot geautomatiseerde phishing- en factuurfraude. In ongeveer de helft van deze gevallen leidde dat tot financiële schade.

Organisaties zetten verschillende middelen in om fraude te voorkomen, zoals bewustwordingstrainingen, IT-beveiligingsaudits en strengere interne controleprocedures. Toch ontbreekt fraudepreventie bij meer dan één op de vijf Nederlandse bedrijven nog altijd in het ESG-beleid. Dat is een gemiste kans: integriteit ontstaat niet uitsluitend uit regels en controles, maar ook uit de manier waarop macht, verantwoordelijkheid en aanspreekbaarheid binnen organisaties zijn georganiseerd.

Cultuur als onderschat risico

Dat bleek onder meer uit de fraudezaak bij de Nederlandse tak van Pathé, die ruim 19 miljoen euro overmaakte naar een groep professionele cybercriminelen. Via e-mail deden de oplichters zich voor als vertegenwoordigers van het Franse moederbedrijf, dat zogenaamd opdracht gaf tot co-financiering van een bioscoopovername in Dubai. Vanwege de vermeende concurrentiegevoeligheid mocht hierover met niemand worden gesproken. Uit rechtbankstukken bleek later dat de verzoeken intern wel vragen hadden opgeroepen, maar dat de verhoudingen binnen het bedrijf het de directie kennelijk niet gemakkelijk maakten om bij hun superieuren navraag te doen. De betrokken directieleden werden vervolgens per direct ontslagen — alsof het incident uitsluitend het gevolg was van persoonlijk falen, en niet mede samenhing met de bredere organisatiecultuur. De rechter moest ingrijpen om die reactie grotendeels terug te draaien.

Uit het Allianz-rapport blijkt bovendien dat CEO-fraude floreert in hiërarchische organisaties, waar fouten eerder worden bestraft dan besproken. In zulke omgevingen stellen medewerkers minder snel kritische vragen bij verdachte verzoeken van leidinggevenden — en dat vergroot niet alleen de kwetsbaarheid voor integriteitskwesties, maar ook voor moderne vormen van cybercriminaliteit.

Psychologische veiligheid als pijler van weerbaarheid

Een veilige meldcultuur maakt onderdeel uit van de bredere organisatiecultuur. Van medewerkers die vrezen voor negatieve gevolgen wanneer zij zich uitspreken, kan moeilijk worden verwacht dat zij direct aan de bel trekken als zij op een phishinglink hebben geklikt of een verdachte betaling hebben uitgevoerd — zelfs niet wanneer er formele meldprocedures bestaan. Psychologische veiligheid, het gevoel je te kunnen uitspreken zonder angst voor benadeling, is daarmee een cruciale factor in de weerbaarheid van organisaties.

TI-NL benadrukt dat klokkenluidersbescherming en een open meldcultuur niet alleen een wettelijke verplichting zijn, maar ook een essentieel onderdeel van effectieve fraudebestrijding. Bedrijven waarin medewerkers fouten durven toe te geven en kritische vragen kunnen stellen, zijn aantoonbaar beter in staat fraude en cyberincidenten vroegtijdig te signaleren. TI-NL roept organisaties op om naast investeringen in audits en technische beveiliging ook te investeren in een veilige en open werkcultuur — en die investering serieus te nemen als onderdeel van hun anti-corruptiebeleid.

Wil jij TI-NL ondersteunen in haar strijd voor klokkenluidersbescherming, politieke integriteit en een samenleving vrij van corruptie? Word dan lid, of steun ons via een donatie: