Patrijs

Zaak Patrijs NS: valsheid in geschrifte, omkoping en schending bedrijfsgeheim

Jonne BiesselsAlgemeen, Corruptie, Feature, Fraude, Nieuws

Amsterdam, 29 november 2017 –  In de Zaak Patrijs rondom de NS heeft het Openbaar Ministerie (OM) vorige week gevangenisstraffen tot 12 maanden, taakstraffen en geldboetes geëist tegen een (ex-)topman van de NS, drie (ex-)bestuurders, een (ex-)medewerker van de NS-dochterondernemingen Abellio en Qbuzz en een extern adviseur. Zo heeft het OM twaalf maanden cel onvoorwaardelijk geëist tegen voormalig NS-directievoorzitter Timo Huges. Hij wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij fraude rond de aanbesteding van regionaal openbaar vervoer in Limburg. ‘Het moreel kompas is ernstig defect bij Huges’, aldus de officier van justitie.

In de zogenoemde ‘Zaak-Patrijs’ staan zes personen en het bedrijf NS terecht op verdenking van valsheid in geschrifte, ambtelijke en niet-ambtelijke omkoping en schending van bedrijfsgeheimen. Het OM heeft onvoorwaardelijke celstraffen geëist tegen drie verdachten en werkstraffen en boetes tegen drie andere verdachten. Voormalig NS-topman Timo Huges hoorde twaalf maanden cel eisen. Tegen voormalig directeur René de Beer van Veolia werd acht maanden onvoorwaardelijke celstraf geëist. Drie voormalige directeuren van NS reizigers, Abellio en Qbuzz hoorden respectievelijk tien maanden cel, werkstraffen van 140 tot 240 uur en boetes van €20.000 tot €50.000 eisen. Tegen de NS Groep NV zelf – de ‘hoofdverdachte’- eist het OM een boete van €3 miljoen wegens bedrijfsspionage.

In een eerdere regiezitting verklaarden de advocaten van de NS en Huges dat er ‘dingen verkeerd zijn gelopen’ maar dat hun cliënten onschuldig zijn. Om die reden is strafvervolging volgens hen een brug te ver. In juni dit jaar gaf de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de NS al een boete van €41 miljoen wegens het dwarsbomen van concurrentie in Limburg. Uit, door het ACM, in beslag genomen interne documenten blijkt in ieder geval dat de NS-top concurrentie duchtte.

Behoud spoormonopolie NS

In 2014 kreeg een angstvisioen de Nederlandse Spoorwegen in zijn greep; concurrerende openbaarvervoersbedrijven als het Franse Veolia en Deutsche Bahn-dochter Arriva, die via een openbare aanbesteding van het openbaar vervoer door de provincie Limburg, toegang zouden krijgen tot het Hoofdrailnet waarop de NS tot dan toe alleenheerser was. Deze openbare aanbesteding startte de provincie Limburg in 2014 voor het openbaar bus- en treinvervoer tot december 2031. Daarin stond voor de NS echter veel meer op het spel dan alleen het vervoer van treinreizigers in Limburg. Zo had het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor 2019 een tussentijdse rapportage aangekondigd, een ‘midtermreview’ (zie artikel 25: Midterm review 2019, pagina 24), van de positie van de NS op het intercitynet. Als de NS-concurrenten deze Limburgse stoptreinen konden uitvoeren, vreesde de NS na de ‘midtermreview’ overal in Nederland concurrentie op ‘zijn’ intercitynet. De NS wilde kosten wat het kost voorkomen dat Arriva of Veolia op ‘zijn’ intercitynet zou gaan rijden.

Uit onderzoek van de FIOD is gebleken dat de toenmalig directeur van Veolia, René de Beer, om die reden voor enkele tonnen  werd omgekocht door managers van NS-dochters Qbuzz en Abellio. Bovendien zouden de oud-Veolia directeur beloftes zijn gedaan. Zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van de baan van NS concessiedirecteur, indien die concessie gewonnen zou worden. Dit alles met medeweten van de NS-top. In ruil zou De Beer bedrijfsgeheimen hebben doorgespeeld aan de NS. Deze bedrijfsgeheimen gaven inzicht in gevoelige bedrijfsprocessen binnen Veolia, zoals cijfers over ziekteverzuim, kosten, opbrengstgegevens en prognoses van de concessie Limburg en documenten met betrekking tot de efficiency van de inzet van het rijdend personeel. Met behulp van deze informatie kon NS-dochter Abellio de aanbesteding winnen, meent het OM. In eerste instantie leverde dit inderdaad het gewenste resultaat op: Limburg koos NS-dochter Abellio boven Veolia en Arriva. Na de ontdekking van de onregelmatigheden ging de concessie alsnog naar Arriva.

Voor Nederlandse begrippen betreft het een zeer grote concessie. Zo kent de concessie een looptijd van 15 jaar en omvat het treindiensten, busdiensten en buurtbussen in Limburg. De winnaar zou van de provincie een exploitatiebijdrage van 55.500.000 euro per jaar ontvangen. Naast het veilig stellen van het spoormonopolie ging het de NS dus ook nog om deze exploitatiebijdrage.

Manipulatie intern fraudeonderzoek

Naast deze ambtelijke en niet-ambtelijke omkoping is er volgens het OM ook gemanipuleerd met een intern fraudeonderzoek, uitgevoerd door advocatenkantoor De Brauw, binnen de NS.  Zo zijn de notulen van directievergaderingen van NS-dochter Abellio vervalst om de gang van zaken toe te dekken. Volgens het OM was NS-topman Huges samen met een verdachte medebestuurder van de NS Groep hier actief bij betrokken. Als reactie op het proces betoogde Huges echter dat hij, afgezien van wat ceremonieel netwerken, niets van doen had met Limburg.

De verdediging van de NS-groep

Als reactie op de aanklacht van het OM tegen de NS-groep stelt de verdediging van de NS-groep dat het recht van de NS op een eerlijk proces is geschonden. Volgens de verdediging heeft de politie namelijk essentieel bewijsmateriaal vervalst. De advocaten spraken tijdens de ‘Zaak-Patrijs’ van een ‘dodelijk’ en ‘ernstig vormverzuim’ door de vervalsing. Daarom moet de rechtbank in Den Bosch het OM nu niet-ontvankelijk verklaren, vindt de verdediging. Het vervalste bewijsmateriaal heeft betrekking op een aangifte die het hoofd personeelszaken van Veolia op 7 mei 2015 deed tegen voormalig Veolia-directeur René de Beer.

‘Het vervalste bewijsmateriaal’: D2 en D45

Deze aangifte bestaat uit twee versies in het strafdossier, nummer D2 en nummer D45. In D45 verklaart het hoofd personeelszaken van Veolia: ‘Ik doe klacht en wens dat er strafvervolging wordt ingesteld’. Echter, in verhoren door de NS-advocaten verklaart de personeelsmanager in kwestie dat zij D45 nooit eerder heeft gezien. Zij stelt dat de aangifte slechts ‘een onderzoek beoogde te bewerkstelligen naar wat zich heeft afgespeeld’ en dat zij ‘van tevoren niet had gedacht dat René de Beer daadwerkelijk strafrechtelijk zou worden vervolgd’. De NS-advocaten concluderen dat de personeelsmanager dus geen strafvervolging wilde, terwijl dat wel in D45 staat. Bij navraag bij de agente die D45 opstelde, verklaart zij dat zij aangiftes altijd aanvult met de zin: ‘ik doe klacht en wens dat er strafvervolging wordt ingesteld’.

Bovendien is volgens de NS-advocaten in D45 de pleegdatum van de beweerde malversaties door René de Beer uitgebreid. Zij betogen dat deze aanpassing bewust is gedaan door OM en politie om zo verjaring van dit feit te blokkeren. Volgens de agente heeft de computer de pleegperiode aangepast. Versie D2 van de aangifte in het strafdossier is volgens politie en justitie een concept-aangifte.

‘Het is schokkend dat het OM de NS vervolgt voor valsheid in geschrifte en dan zelf bewijs vervalst’, aldus de NS-advocaten. De aanpassingen van de Veolia-aangifte zijn volgens de NS essentieel. De NS wordt namelijk schending van bedrijfsgeheimen verweten, wat een klachtdelict is. Bij een klachtdelict wordt de verdachte pas vervolgd als het ‘slachtoffer’ van het delict heeft aangegeven strafrechtelijke vervolging te wensen.

Het OM stelt dat wangedrag van zulke ‘keurige’ mensen twijfel zaait over de waarde van normen. Deze zaak moet ‘waardevol referentiemateriaal’ creëren in verband met de schaarse jurisprudentie. Of deze zaak daadwerkelijk een toekomstig referentiepunt wordt voor het ter verantwoording roepen van ‘keurige’ topmannen moet nog blijken.