Behandeling WOB-verzoeken bij VWS past niet bij streven naar ‘nieuwe bestuurscultuur’

Noor de KortAlgemeen, Journalisten, Media, Nieuws, Open Overheid, Overheid, Rechtspraak, Wetgeving

 Amsterdam, 28 juli 2021 – Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gaat in hoger beroep tegen het rechterlijke besluit dat WOB-verzoeken afzonderlijk moeten worden behandeld. Sinds de coronacrisis hanteert het ministerie een alternatieve methode. Nadat Nieuwsuur een rechtszaak had aangespannen, oordeelde de rechtbank eind juni dat deze alternatieve werkwijze niet is toegestaan. Het ministerie legt zich niet bij de uitspraak neer.

WOB-verzoeken moeten per stuk, binnen acht weken worden behandeld, zo staat te lezen in de wet. Maar sinds de coronacrisis bepaalt het ministerie van VWS zelf wanneer welke opgevraagde documenten openbaar worden gemaakt. Dit is het gevolg van het grote aantal WOB-verzoeken dat het ministerie sinds het begin van de coronacrisis krijgt. De alternatieve methode is volgens VWS de snelste manier om deze verzoeken te behandelen.

Nog geen antwoord

Toch is van een vlotte behandeling geen sprake. Nieuwsuur deed in juni 2020 drie WOB-verzoeken. Eén over het overleg met het Outbreak Management Team, één over de corona-app en één over het onderzoek naar de besmettelijkheid van kinderen. Nog altijd wacht het tv-programma op een antwoord over deze verzoeken. Vanwege de nieuwe werkwijze van VWS spande Nieuwsuur een rechtszaak aan. Vorige maand oordeelde de rechtbank in deze zaak dat het ministerie binnen twee maanden een beslissing moet nemen over de drie WOB-verzoeken. Wanneer dat niet gebeurt, volgt een dwangsom. Deze bedraagt 250 euro voor iedere dag dat er te laat wordt gereageerd, met een maximum van 37.500 euro.

Uit notities van het ministerie van VWS naar aanleiding van de uitspraak blijkt dat het ministerie de huidige aanpak alsnog wil doorzetten. Op de nota staat in handschrift naast de tekst geschreven: “Natuurlijk is ook de termijn niet haalbaar en daarom ook de dwangsom niet redelijk, ook reden om in hoger beroep te gaan. Maar de belangrijkste reden is de snelheid. Juist om andere verzoeken zo snel als mogelijk af te kunnen doen, moeten we de werkwijze overeind houden.”

Tijd voor daden

Verschillende Tweede Kamerleden reageren negatief op het aangekondigde hoger beroep. Oud-Kamervoorzitter Kadija Arib (PvdA) laat aan Nieuwsuur weten dat dit het vertrouwen van de burger en de journalistiek in de overheid schaadt. Ook VVD-Kamerlid Ulysse Ellian noemt het besluit bij Nieuwsuur “problematisch voor de relatie met burger en samenleving”. SP-Kamerlid Renske Leijten stelt op Twitter dat de Rutte-doctrine “springlevend” is.

Ook Transparency International Nederland (TI-NL) is teleurgesteld over het besluit van het ministerie van VWS. Dit past immers niet bij het streven naar een nieuwe bestuurscultuur. TI-NL maakt zich via de Alliantie Open Overheid hard voor ‘Open Wob-standaarden en ‘Actieve openbaarmaking Rijk’: punten uit het Actieplan Open Overheid. “Een actieplan is mooi, maar alles draait om de implementatie daarvan”, zei directeur Lousewies van der Laan al eerder.