populisme

Corruptie en ongelijkheid: hoe het populisme mensen misleidt

Lotte RooijendijkAlgemeen, Corruptie, Feature, Fraude, Integriteit, Internationaal, Nationaal, News, Nieuws

Amsterdam, 10 februari 2017 – Met de lancering van de Corruption Perceptions Index 2016 en de inauguratie van Donald Trump als Amerikaanse president vers in het geheugen, kijkt Transparency International naar het verband tussen populisme, sociaal-economische malaise en de anti-corruptieagenda. Trump en vele andere populistische leiders leggen met regelmaat een verbinding tussen enerzijds de “corrupte elite”, enkel geïnteresseerd in het verrijken van zichzelf en hun (rijke) supporters, en anderzijds de marginalisering van de “werkende mensen”. Is er bewijs om dit te ondersteunen?

Het antwoord op deze vraag is: ja, corruptie en sociale ongelijkheid zijn inderdaad nauw verwant aan elkaar en vormen een bron van ontevredenheid voor het volk. Toch is de track record van de populistische leiders in de aanpak van dit probleem mistroostig; zij maken gebruik van de corruptie-ongelijkheid-boodschap om meer steun te krijgen, maar hebben niet de intentie het probleem serieus aan te pakken. Corruptie is hierbij een middel in het machtsspel geworden om de politieke tegenstander mee buitenspel te zetten. “Ieder fatsoenlijk mens is tegen corruptie, maar het zou niet gebruikt mogen worden als politiek wapen”, aldus Dorin Perie, docent Roemeense taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Waarom gaan corruptie en ongelijkheid hand in hand?

De twee afbeeldingen hieronder tonen de relatie tussen de corruptiescores in de Corruption Perceptions Index (CPI) en de mate van sociale uitsluiting, zoals gemeten door de Social Inclusion Index voor de OESO-landen (uit Sustainable Governance Index van de Bertelsmann Foundation) en door de Welfare Regime indicator voor de rest van de wereld (uit de Transformatie-index van de Bertelsmann Foundation). De hogere scores betekenen minder corruptie / uitsluiting. De eerste diagram breng de scores van de OESO-landen in kaart en de tweede grafiek toont de rest van de wereld.

ongelijkheid

ongelijkheid

De gegevens tonen een sterke correlatie tussen corruptie en sociale uitsluiting. Bij Mexico bijvoorbeeld, onderaan de CPI, met vermelding van welig tierende corruptie, heeft een score van minder dan 3,5 op de Social Inclusion Index die aangeeft dat veel mensen worden gemarginaliseerd en uitgesloten. Echter, Denemarken, bovenaan op de CPI presteert juist goed op Social Inclusion Index. Toch is de correlatie met twee kenmerken niet noodzakelijkerwijs een oorzakelijk verband. Zou het kunnen dat er een derde kenmerk dat ervoor zorgt dat sociale ongelijkheid en corruptie in dezelfde richting reizen?

Een mogelijkheid die zeer waarschijnlijk is, is het niveau van economische ontwikkeling van een land, aangezien rijkere landen zich zouden kunnen “veroorloven” om meer geld te besteden aan sociale diensten, de herverdeling van het rijkdom, en de aanpak van corruptie.

Uit een multivariabele regressie met zowel het BBP per hoofd van de bevolking (meet het niveau van economische ontwikkeling van een land) en sociale uitsluiting als voorspellers van corruptie blijkt dat de sociale integratie een veel sterkere voorspeller is van corruptieniveaus dan het BBP per hoofd van de bevolking. In het geval van de niet-OESO-landen geldt voor elke verhoging op de Social Inclusion Index, verbeterd de CPI-score met maar liefst 5,5 punten op een schaal van 1 tot 100.

Deze bevinding is eigenlijk niets nieuws. Er is al lang een wetenschappelijke consensus dat corruptie en ongelijkheid nauw met elkaar verbonden zijn (zie hier, hier en hier). De twee fenomenen hebben interactie met elkaar in een vicieuze cirkel: corruptie leidt tot een ongelijke verdeling van de macht in de samenleving die zich op haar beurt vertaalt in een ongelijke verdeling van rijkdom en kansen.

State capture, grand corruptie en de dood van de democratie

Terwijl de anti-corruptie gemeenschap de wederzijds versterkende dynamiek tussen corruptie en sociale ongelijkheid grotendeels heeft genegeerd, zijn er twee verschillende bewegingen die deze kwesties een kernelement van hun campagne maakte.

Allereerst is er de opkomende wereldwijde ongelijkheidsbeweging – de “99 percenters” – aangevoerd door progressieve NGO’s en ondersteund door linkse denkers, zoals Thomas Piketty en Branko Milanovic.

Een invloedrijk 2014 rapport van Oxfam, getiteld Werken voor de Weinigen, vat het belangrijkste punt samen: “Extreme economische ongelijkheid en state capture zijn maar al te vaak afhankelijk van elkaar. Politieke instellingen raken ondermijnd en overheden dienen de belangen van de economische elites ten koste van gewone mensen.” Met andere woorden, corruptie bloeit wanneer elites de macht hebben zonder enige verantwoording af te hoeven leggen.

De tweede beweging die corruptie en ongelijkheid verbindt is ook mondiaal, maar niet progressief. Het is reactief, nativistisch en vaak rechts. Deze beweging wordt geïllustreerd door politici als Trump in de VS, voormalig premier Jaroslaw Kaczynski in Polen en presidentskandidaat Marine Le Pen van het Front National in Frankrijk.

Volgens Trump, bijvoorbeeld:“Our corrupt political establishment that is the greatest power behind the efforts at radical globalization and the disenfranchisement of working people. Their financial resources are virtually unlimited, their political resources are unlimited, their media resources are unmatched.”

En door Kaczyński:  “Corruption is a part of this system that we have to change. Democracy is… endangered by corruption, by the decomposition of the state, by all that constitutes the system of Donald Tusk. We believe that this system is about to collapse, that its end will come, that corruption will be subdued, that our considerable possibilities will be used, that Poland will become a free country of free Polish people.”

Uitgaande van het succes van de populisten in het stemhokje, is het duidelijk dat ze in staat zijn om de ontgoocheling van de mensen uit te buiten met “het corrupte systeem” en presenteren ze zich als de enige “way out” van de vicieuze cirkel zoals hierboven beschreven.

“Drain the swamp”, Trump’s bijnaam voor de hervorming van Washington DC, resoneerde duidelijk met de Amerikaanse kiezers en er is sterk academische bewijs dat het corruptieprobleem inderdaad heel belangrijk was voor veel kiezers in post-communistische landen (zie hier, hier,  hier en hier). De vraag is: steunen deze kiezers een echte voorstander van anti-corruptie of ondersteunen zij slechts oplichters?

Chart showing links to populism

Over het algemeen falen de niet-gevestigde partijen jammerlijk corruptie aan te pakken. Vaak neemt corruptie juist toe onder leiding van autocratische of populistische leiders. Zo won in New Delhi een anti-corruptiepartij de verkiezingen, de verwachtingen waren hoog maar de strijd tegen corruptie kwam tot stilstand. Andere voorbeelden hiervan zijn Italië (met de burgemeester van Rome), Slowakije en Hongarije.

In het geval van Donald Trump, zijn de eerste tekenen van een dergelijk verraad al aanwezig. Het terugdraaien van belangrijke anti-corruptiewetgeving en het negeren van potentiële belangenconflicten is al onderwerp van gesprek geweest. Zal dit leiden tot zijn ondergang? Bewijsmateriaal van andere populistische leiders (Erdogan in Turkije, Orban in Hongarije en ook Chávez en Maduro in Venezuela) is niet bemoedigend. Ze lijken bijna immuun voor uitdagingen over onethisch en corrupt gedrag. Terwijl Turkije en Hongarije sinds de verkiezing van de populistische leiders zijn gedaald op de Corruption Perceptions Index en Venezuela al jarenlang onderaan de index staat, lijken de populistische leiders nu meer dan ooit onoverwinnelijk te zijn.

Het tegengif voor corrupt populisme

Zoals de geschiedenis laat zien, is het terug te draaien van het tij in corruptie vaak net zo moeilijk als het voorkomen van het verkozen worden van een zogenaamde corruptievechter. Vooruitlopende hierop, moeten overheden serieus nadenken over manieren om de vicieuze cirkel tussen corruptie en sociale ongelijkheid te doorbreken.

Transparency International pleit voor het volgende:

  1. Het stoppen van de draaideur tussen ondernemers en hooggeplaatste overheidsfuncties
  2. De corrupte ambtenaren ter verantwoording roepen in plaats van te laten verschuilen achter politieke immuniteit
  3. Afdwingen van een grotere controle op banken, verkopers van luxe-artikelen, advocaten en makelaars die helpen corrupt geld wit te wassen
  4. Het gebruik van geheime bedrijven die de identiteit van de werkelijke eigenaren verbergen verbieden

Deze voorstellen vergen de investering van aanzienlijk politieke kapitaal door regeringsleiders om gevestigde belangen het hoofd te bieden. Het is in het belang van de democratische regeringen om dat kapitaal te gebruiken, zodat ze weer kunnen hun centrale belofte om gelijke kansen te creëren voor iedereen weer na kunnen komen.