Rutte

Regeerakkoord Rutte III stelt brievenbusfirma’s harder aan te pakken

Lotte RooijendijkAlgemeen, Corruptie, Feature, Nationaal, Nieuws, Wetgeving, Witwassen

Amsterdam, 11 oktober 2017 – Het nieuwe kabinet Rutte III wil strenger optreden tegen bedrijven die zich alleen op papier in Nederland vestigen om zo belastingvoordelen te genieten. Vermogende Nederlanders dragen mogelijk 10 miljard euro te weinig aan belasting af door hun vermogen via brievenbusfirma’s weg te sluizen naar belastingparadijzen. Volgens het promotieonderzoek van oud Fiod-rechercheur Jan van Koningsveld hebben vermogende Nederlanders 129 miljard euro gestald in brievenbusfirma’s op onder meer de Maagdeneilanden, Kaaimaneilanden en de Seychellen. De Nederlandsche Bank en de Belastingdienst krijgen onder het nieuwe kabinet ruimere bevoegdheden om daar tegen op te treden.

Het schandaal rond de Panama Papers openbaarde een groot netwerk van trustkantoren en belastingadviseurs die multinationals en vermogende mensen helpen belasting te ontwijken. Nederland speelt in dit spel een schimmige rol, onder andere met het faciliteren van de oprichting van brievenbusfirma’s. Een brievenbusfirma heeft geen personeel, kantoor of eigen activiteiten en wordt bestuurd door een trustkantoor. Het oprichten van een brievenbusfirma is legaal en vooralsnog onbelast.

Oprichten brievenbusfirma om belasting te ontwijken

In sommige gevallen kan iemand in het buitenland een hoger rendement krijgen op zijn of haar vermogen. In andere gevallen is het vermogen beter beschermd in het buitenland. Maar volgens van Koningsveld richt een groot deel van de vermogenden enkel een brievenbusfirma op om minder belasting te hoeven betalen in Nederland. Zijn onderzoek wijst uit dat vermogende Nederlanders via brievenbusfirma’s 129 miljard euro hebben gestald in belastingparadijzen zoals de Maagdeneilanden, Seychellen en de Kaaimaneilanden.

Als we ervan uitgaan dat 80 procent niet is opgegeven aan de belastingautoriteiten, betekent het dat tegen een gemiddeld belastingtarief van ongeveer 10 procent, vermogende particulieren in Nederland mogelijk wel 10 miljard te weinig aan belasting afdragen, stelt van Koningsveld.

Regeerakkoord Rutte III over belastingontwijking

In het nieuwe regeerakkoord schrijft Rutte III zich te gaan richten op concerns die “echt een toegevoegde waarde hebben.” Bij bedrijven die Nederland alleen als postbus gebruiken, gaat het kabinet belasting heffen, net als bij ieder ander bedrijf, wordt daaraan toegevoegd. Het nieuwe kabinet belooft zich internationaal in te zetten voor de aanpak van belastingontwijking.

Nu hebben veel buitenlandse multinationals en bedrijven een vestiging of BV in Nederland omdat ze hier geen belasting hoeven te betalen. Dat voordeel verdwijnt, of in ieder geval deels. Het nieuwe kabinet lijkt met deze stap gevoelig te zijn voor de wereldwijde kritiek op belastingontwijking en -ontduiking. Tijdens de behandeling van de Panama Papers deze zomer in de Tweede Kamer tijdens de parlementaire hoorzittingen van de commissie fiscale constructies klonk al kritiek op het ontbreken van een belasting op rente en royalty’s en werd het belang van een register van uiteindelijk belanghebbenden onderstreept.

Concrete aanpak tegen belastingontwijking

Concreet bestaat die aanpak uit een bronheffing op rente en royalty’s op uitgaande financiële stromen die naar landen met zeer lage belastingtarieven worden doorgesluisd. Belastingvoordelen voor vreemd vermogen worden verder beperkt, om te bevorderen dat bedrijven eigen geld in hun onderneming steken. Het is nog onduidelijk hoe dit er precies uit gaat zien en hoeveel belasting dit moet opleveren voor de Nederlandse staatskas. De verhoging hangt samen met het schrappen van de dividendbelasting waardoor de staat straks 1,4 miljard euro aan dividendbelasting misloopt. Dit gat moet worden gedicht met andere belastingen.

Verder wordt er in het regeerakkoord gepleit voor het opstellen van een zogenaamde zwarte lijst met niet-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen en een verplichting voor multinationals om per EU-land en per land op de zwarte lijst te rapporteren over hun activiteiten.

Ook stelt Rutte III het regelgevend kader voor de trustsector te verscherpen en de middelen van de toezichthouder (De Nederlandsche Bank) uit te breiden. Tenslotte wordt naar aanleiding van de Panama Papers en de parlementaire hoorzittingen van de commissie fiscale constructies (waar ook TI-NL aanwezig was) de informatiepositie en de opsporingscapaciteit van de Belastingdienst versterkt en komt er meer transparantie. Hiertoe zou een business case worden uitgewerkt.

Ingewikkelde constructies bemoeilijken aanpak

Onderzoeker van Koningsveld stelt dat het voor de Belastingdienst en justitie moeilijk is om misbruik van brievenbusfirma’s aan te pakken. Vaak gaat het om ingewikkelde constructies van adressen in meerdere landen en verschillende bankrekeningen. Ook wordt het ontbreken van de capaciteit onderstreept bij het bemoeilijken van de aanpak misbruik tegen te gaan.

De constructiebestrijders zouden in totaal 16 miljard euro hebben kunnen achterhalen waarover inclusief boetes nog 1,4 miljard euro belasting werd betaald. Echter is de capaciteit in het blootleggen van ontwijkingsconstructies beperkt: 6 fte bij de coördinatiegroep en 31 voor constructiebestrijding. Ook voormalig fraudeofficier Fred Speijers benadrukt het gebrek aan capaciteit. Hij stelt dat het Openbaar Ministerie het misbruik van brievenbusfirma’s zeer actief aanpakt maar vult aan dat er niet voldoende capaciteit is. “Als je te weinig mensen hebt en je onvoldoende kunt specialiseren, kom je dus niet aan dit soort zaken toe”, aldus Speijers.

Fiscale constructies verbergen UBO

Oprichters van fiscale constructies om belasting te ontwijken of ontduiken verbergen doorgaans de uiteindelijke begunstigden (ultimate beneficial owners – UBO’s). Een UBO is een natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een juridische entiteit. Bij vennootschappen gaat het – kort gezegd – om meer dan 25 procent van de aandelen of de stemrechten dan wel om feitelijke zeggenschap.

Op grond van de vierde anti-witwasrichtlijn moeten de EU-lidstaten een UBO-register instellen. In dat register worden van juridische entiteiten als vennootschappen, stichtingen en trusts de ‘uiteindelijk begunstigden’ (ultimate beneficial owners, UBO’s) vastgelegd. De vierde anti-witwasrichtlijn moest uiterlijk op 26 juni 2017 worden geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Wetgeving tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) en de Handelsregisterwet is echter nog niet gereed. Tijdens de consultatiefase kwam zoveel commentaar op het concept, dat al snel bleek dat ook een latere datum niet zou worden gehaald. Staatssecretaris Wiebes van Financiën liet de Tweede Kamer schriftelijk weten dat het concept wetsvoorstel voor invoering van het UBO-register nu pas begin 2018 naar de Tweede Kamer gaat. Hij koerst erop dat het Nederlandse UBO-register in de zomer van 2018 operationeel is.