sleepwet

Sleepwet tast bronbescherming aan en schrikt potentiële klokkenluiders af

Lotte RooijendijkAlgemeen, Feature, Klokkenluiders, Nationaal, Nieuws, Opinie, Wetgeving

Amsterdam, 10 oktober 2017 – (opiniestuk Lotte Rooijendijk) – Op 11 juli 2017 ging de Eerste Kamer akkoord met een nieuwe Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), ook wel de sleepwet genoemd. Deze wet staat inlichtingendiensten toe om op grote schaal meerdere soorten gegevens te onderscheppen. Ook bevestigde minister Plasterk dat de nieuwe wet toestaat dat anonieme bronnen van journalisten achterhaald worden. Het was al niet goed gesteld met de bescherming van bronnen in Nederland en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft ons land dan ook meermaals veroordeeld voor haar gebrekkige bronbescherming. Desalniettemin werd een amendement (ingediend door D66) om journalistieke bronbescherming te verzekeren in de Wiv, verworpen door de Tweede Kamer. De gebrekkige bronbescherming leidt ertoe dat nog maar weinig mensen de cruciale stap durven te zetten hun informatie te delen. Nu de Eerste Kamer ingestemd heeft, zal de omstreden wet per 1 januari 2018 in werking treden. Dat is niet het einde van de strijd: er wordt geprobeerd een referendum over de sleepwet af te dwingen, zodat de Nederlandse bevolking zich hierover uit kan spreken.

De vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ook wel sleepwet of aftapwet, geeft een uitbreiding van de middelen die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) mogen inzetten.

De grootste veranderingen zijn:

• Er mag een zogenaamd “sleepnet” worden ingezet om massaal online communicatie af te luisteren, ook van niet-verdachte burgers. Zo mag uw hele wijk afgeluisterd worden wanneer daar één verdacht persoon woont.
• Alle geautomatiseerde apparaten mogen worden gehackt. Daarbij kunt u denken aan uw eigen telefoon of computer.
• Er mag een DNA-databank aangelegd worden waar iedereen, dus ook u, in terecht kan komen.
• Verzamelde data mag met buitenlandse inlichtingendiensten gedeeld worden, ook zonder dat deze eerst geanalyseerd is.

Instanties als de Raad van State, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, verscheidene wetenschappers en NGOs, waaronder Transparency International Nederland, hebben hun zorgen geuit over deze wet.

Sleepwet zet aan tot zelfcensuur en maakt bronbescherming onmogelijk

De Wiv vervangt een versie van de wet die in 2002 voor het laatst is aangepast. De nieuwe wet geeft de inlichtingendiensten AIVD en MIVD meer bevoegdheden om communicatie grootschalig af te tappen, zelfs als we geen bedreiging vormen. De wetenschap dat deze diensten meekijken, kan leiden tot zelfcensuur en beperkt de vrijheid voor afwijkende opvattingen die juist zo essentieel zijn in een democratische rechtsstaat.
De nieuwe sleepwet voorziet wel in controle op het aftappen, maar niet in het vooraf bepalen van de afzender. Hierdoor is de zogenaamde bijvangst onvermijdelijk. Gegevens die als bijvangst met het sleepnet naar binnen zijn gehaald, kunnen vertrouwelijke informatie bevatten, zoals bijvoorbeeld gesprekken tussen arts en patiënt, advocaat en cliënt of journalist en bron. Bij vertrouwelijke advocaat-cliëntgesprekken belooft minister Plasterk dat de diensten die onbeluisterd weg zullen gooien. Echter, voor vertrouwelijke communicatie tussen een journalist en haar bron geldt geen vernietigingsplicht, waardoor de identiteit van de bron bekend kan worden bij de autoriteiten.

Verschoningsrecht journalisten niet serieus genomen in Nederland

De Nederlandse wet biedt overigens ook zonder deze sleepwet nog geen goede bescherming voor journalistieke bronnen. Hoewel journalisten bescherming genieten onder het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM), hebben de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten daar meermaals mee in strijd gehandeld. Zo veroordeelde Europese Hof voor de Rechten van de Mens Nederland tot drie keer toe voor schendingen van het recht op journalistieke bronbescherming. In 2015 bijvoorbeeld, toen de Hoge Raad oordeelde dat het afluisteren van een Telegraaf-journaliste ‘niet-proportioneel’ was, maar besloot de schending van bronbescherming verder niet te sanctioneren. Wanneer het aan de laars lappen van journalistieke bronbescherming niet wordt gesanctioneerd, is dat een vrijbrief voor de overheid journalisten af te luisteren om zo hun bronnen te kunnen achterhalen.

Hoewel organisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Journalisten al jaren pleiten voor bronbescherming, is er pas in mei vorig jaar een wetsvoorstel aanhangig gemaakt die deze bronbescherming beoogt te verankeren in de wet. Het wetsvoorstel Bronbescherming in Strafzaken leidt tot de invoering van een nieuwe bepaling in het Wetboek van Strafvordering, waarmee er een beperkt verschoningsrecht ontstaat voor journalisten en publicisten. De afronding van dat wetsvoorstel laat al lange tijd op zich wachten.

Bronnen zijn van onschatbare waarde

Voor de journalistiek zijn bronnen van onschatbare waarde, in het bijzonder ook melders die ernstige misstanden onthullen door als insider te kiezen voor het openbaren van (soms vertrouwelijke) informatie via de pers. Een voorbeeld is de grootschalige belastingontwijking die aan het licht is gebracht door LuxLeaks en meer recentelijk de Panama Papers. Indien de bron bekend wordt, kan deze zware repercussies zoals ontslag, vernedering en juridische procedures verwachten. Journalisten die misstanden in de openbaarheid brengen, moeten daarom hun bronnen effectief kunnen beschermen.

Bij gebrek aan goede bescherming treedt een zogeheten chilling effect op. Dit leidt ertoe dat nog maar weinig mensen de cruciale stap durven te zetten zich uit te spreken tegen misstanden door hun informatie te delen met journalisten. De maatschappelijke rol van de journalist als “waakhond van de samenleving”, die handelt in het belang van de informatievoorziening en het openbare debat in de democratie, wordt hiermee uitgehold. Daarom acht Transparency International Nederland het van groot belang dat het recht op journalistieke bronbescherming ook rechtstreeks in de Nederlandse wetgeving verankerd wordt. Als intern op de werkvloer of extern melden bij het Huis voor Klokkenluiders of andere bevoegde autoriteiten geen optie (meer) is, moeten journalisten vertrouwelijk toegankelijk zijn voor diegenen die informatie hebben over machtsmisbruik, belangenverstrengeling en andere maatschappelijke misstanden.

Door een gebrek aan goede bescherming van bronnen zullen potentiële melders van misstanden minder snel bereid zijn gevoelige informatie te delen. Dit schaadt de nieuwsvoorziening. En als een goede nieuwsvoorziening ontbreekt, hapert de democratie.

STEUN DAAROM HET REFERENDUM OVER DE SLEEPWET EN TEKEN NU VOOR JOUW RECHT OP PRIVACY.