Houston

ING schikt Houston dossier met recordboete

Lotte RooijendijkExtern nieuws, Feature, Nationaal, Nieuws, Schikkingen, Witwassen

Amsterdam, 4 september 2018 – In een persbericht gaf het Openbaar Ministerie (OM) vanochtend te kennen dat, in het kader van ‘ernstige nalatigheden bij het voorkomen van witwassen’, een transactie is gesloten inzake het Houston dossier met ING Bank N.V. Het OM verwijt de bank gedurende een aantal jaren de Nederlandse witwaswetgeving structureel te hebben geschonden en bovendien door nalatig handelen, zich tevens schuldig te hebben gemaakt aan schuldwitwassen. ING heeft de aangeboden transactie geaccepteerd en het daarmee samenhangende bedrag, ter waarde van €775 miljoen betaald. Dit bedrag bestaat uit een boete van €675 miljoen en een ontneming van €100 miljoen.

In het persbericht van het Functioneel Parket, een gespecialiseerd onderdeel van het OM, wordt beschreven welke verwijten het OM maakt aan het adres van ING, op welke feitelijke casussen deze verwijten gebaseerd zijn en waarom het OM een transactie in deze kwestie een passende afdoening acht. Dit is onder meer gelegen in de ernstige aard van de feiten, de positie van ING (als bank) in de Nederlandse samenleving en het nut van de transactie voor de toekomst. Een dergelijk persbericht is onderdeel van de procedure als het OM zogenoemde ‘hoge en/of bijzondere transacties‘ aangaat. Naast het persbericht is een separaat feitenrelaas gepubliceerd en, opvallend genoeg, tevens de getekende transactieovereenkomst tussen het OM en ING.

Het Houston dossier van ING 

Bovenstaande schikking dient ter sluiting van het Houston dossier; een strafrechtelijk onderzoek van het OM naar (cliënten van) ING, bestaande uit vier afzonderlijke zaken. Dit onderzoek werd voor het eerst publiekelijk in maart 2017, toen het Financieel Dagblad opmerkte dat ING in het jaarverslag over 2016 vermeldde dat de bank ‘subject of criminal investigations by Dutch authorities’ was. Eén van de vier zaken is de (reeds getransigeerde) casus waarin het Noors-Russische VimpelCom steekpenningen betaalde aan de presidentsdochter van Oezbekistan. In het persbericht van vanmorgen valt te lezen dat de overige casussen onder meer zien op een handelaar in damesondergoed die ruim EUR 150.000.000 heeft witgewassen via bankrekeningen van ING en een eenmanszaak die (zonder Nederlands adres) een zakelijke bankrekening bij ING aanhield en daaraan 15 pinautomaten koppelde die gebruikt werden in Suriname.

De onderzochte casussen in het Houston dossier bevestigen volgens het OM het beeld dat de ING de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) niet naleefde. Aldus zou de bank, die op basis van de Wwft moet dienen als poortwachter, ernstig tekort hebben geschoten in haar taak. “Het resultaat is dat cliënten jarenlang voor criminele activiteiten nagenoeg ongestoord van de rekeningen van ING Nederland gebruik hebben kunnen maken”, aldus het OM. Bovendien zou de bank meerdere malen gewaarschuwd zijn door de De Nederlandsche Bank (DNB) en zou een structurele aanpak van vastgestelde problemen hebben ontbroken.

Ontwikkeling van het schikken in Nederland

Het aantal transacties (of schikkingen) lijkt de laatste jaren toe te nemen, zo ook de (boete)bedragen die daarmee gemoeid zijn. Onderhavige transactie met ING wordt door het Financieel Dagblad omschreven als “de grootste schikking ooit in het Nederlandse bedrijfsleven”. Niet slechts de hoogte van het bedrag is opvallend; ook het feit dat het gaat om een bank en het OM relatief transparant in haar communicatie is, is opmerkelijk. Ten aanzien van dit laatste neemt Transparency International Nederland een positieve trend geconstateerd waar: het OM publiceert in toenemende mate informatie over de aangeboden (en geaccepteerde) schikkingen. Waar het OM in het verleden de zaak afdeed met een kort persbericht (Ballast Nedam, 2012 en SBM Offshore, 2015) of een persbericht met separaat feitenrelaas (VimpelCom, 2016), wordt nu ook de getekende transactieovereenkomst gepubliceerd.

Maatregelen rondom compliance

In het persbericht en de Houston-transactieovereenkomst valt nog een ander interessant detail te lezen: de compliance maatregelen. Reeds begin dit jaar bleek dat het OM en de Fiod slechts voornemens waren ING een schikking aan te bieden als de bank inzage zou geven in toekomstige integriteitsrisico’s. Dit zou betekenen dat de ING (tijdelijk) gemonitord zou worden. Dit lijkt weliswaar een logische vereiste, niet in de minste plaats omdat een dergelijke monitoring veelvuldig voorkomt in vergelijkbare Amerikaanse schikkingen. Toch geldt dit niet voor Nederland; een dergelijke monitoringsconstructie is tot op heden niet voorgekomen. Bovendien geldt in Nederland dat het OM slechts een transactie mag aanbieden, bestaande uit een aantal (door de wet limitatief opgesomde) voorwaarden. Het opleggen van een monitoringsmaatregel wordt daarin niet genoemd. Aldus bestaat geen wettelijke grondslag om monitoring als onderdeel van een transactie op te leggen. Dit betekent dat het niet (kunnen) uitvoeren van een (adequate) monitoring de deur voor het OM kan openen om ING alsnog strafrechtelijk te vervolgen.

In het persbericht is beschreven dat ING reeds gedurende het onderzoek een grootschalig herstel- en verbeterprogramma heeft opgesteld en is gestart met de implementatie daarvan, onder toeziend oog van de DNB. Het opstellen en uitvoeren van een dergelijk programma is volgens het OM van doorslaggevend belang geweest voor het aanbieden van de transactie, en het aldus afzien van vervolging. Kortom, uit de stukken blijkt dat de monitoring geen onderdeel is geweest van de transactie maar juist daaraan ten grondslag heeft gelegen.

Het is de vraag of het in de toekomst wenselijk is om monitoring (of de versterking van compliance programma’s) als mogelijke transactievoorwaarde op te nemen in de wet. Dit zou het OM de mogelijkheid kunnen bieden om, indien niet adequaat op dergelijke maatregelen wordt ingespeeld, sterker op te kunnen treden. Immers, indien niet wordt voldaan aan een transactievoorwaarde, heeft dat als gevolg dat de mogelijkheid tot vervolging voor het OM niet vervalt. Anderzijds zou gesteld kunnen worden dat het implementeren van dergelijke programma’s als vereiste voor het aanbieden van een transactie als afdoende stimulans zou kunnen werken voor een onderneming.