onkostenvergoeding

Wereldbank: 1 op 3 bedrijven ervaart corruptie

Stefan DrijverCorruptie, Feature, Internationaal, News, Nieuws, Onderzoeken

Amsterdam, 11 mei 2016 – Eén op de drie bedrijven die wereldwijd zaken doen met de overheid wordt hierbij geconfronteerd met corruptie, blijkt uit een onderzoek van de Wereldbank. Voor het onderzoek werden meer dan 130.000 managers van multinationale bedrijven geïnterviewd. In totaal opereerden de verschillende bedrijven in 135 landen. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven het meest met corruptie te maken krijgen in het Midden-Oosten & Noord-Afrika. Ook burgers in deze regio ervaren veel corruptie, zo blijkt uit een eerder onderzoek van Transparency International.

Resultaten onderzoek corruptie Wereldbank

In de regio Midden-Oosten & Noord-Afrika ervaart 53% van de ondervraagde bedrijven corruptie als een groot probleem. In Latijns-Amerika en de Cariben  geeft 44% aan last te hebben van het probleem. Ook Zuid-Azië (40%) en Sub-Sahara Afrika (38%) scoren bovengemiddeld in de survey. De laagste rating is voor landen die deel uit maken van de Organisation for Economic Cooperation and Development (OESO). De OESO bestaat voornamelijk uit westerse lidstaten . Hier gaf slechts 11% van de bedrijven aan last te hebben van corruptie. Ook de landen in de regio Oost-Azië & Pacific (16%) en Oost-Europa en centraal Azië (22%) scoorden beter dan gemiddeld.

Gifts and entertainment

Wat verder naar voren komt uit het onderzoek van de Wereldbank is dat het geven van cadeau’s in sommige regio’s een veel voorkomende manier van omkoping is. Ook hier scoort de regio Midden-Oosten & Noord-Afrika hoog, waar 40% van de ondervraagden aangeeft het idee te hebben cadeau’s te moeten geven om overheidscontracten binnen te slepen. Toch komt dit fenomeen vaker voor in Azië, zo lijkt het: zowel Zuid-Azië (46%) als Oost-Azië & Pacific (36%) scoren bovengemiddeld.

Ook op andere terreinen dan het winnen van overheidscontracten komt het geven van giften in deze regio vaak voor: in Oost-Azië ervaart 39% van de bedrijven dat zij giften moeten doen om “zaken gedaan te krijgen” en ook in regio Zuid-Azië is dit de perceptie voor 26% van de ondervraagden. Deze giften zijn gemiddeld 1,6% van de contractwaarde, maar dit verschilt flink per land. Dit percentage is het hoogst in de Filipijnen (16,4%), Oekraïne (14,2%) en Hongarije (14,1%).

Tot slot laat het onderzoek zien hoe diepgeworteld corruptie in sommige landen is. Kijkend naar het percentage overheidstransacties waarbij een gift of steekpenning werd gevraagd door de betrokken overheidsfunctionaris of -functionarissen vallen enkele landen ernstig uit de toon bij het gemiddelde van 13,7%. Van de 135 landen scoorde Cambodja het hoogst, waar bij maar liefst 62% van de transacties een gift of steekpenning werd gevraagd. Yemen volgt op de voet met 61% en ook in landen als Guinee (55%), Liberia (55%), Kirgizië (54%) en de Democratische Republiek Congo (51%) wordt regelmatig gevraagd om steekpenningen. Binnen de OECD ligt dit percentage op een relatief lage 1,2%.

OESO-onderzoek naar corruptie

Om een idee te krijgen van wat voor bedrijven aan corruptie bijdragen door steekpenningen te betalen, kan worden gekeken naar het onderzoek naar buitenlandse omkoping van de OESO dat eind 2014 werd gepubliceerd. Gecombineerd met het onderzoek van de Wereldbank geeft een interessante blik op buitenlandse omkoping. Voor het onderzoek werd gekeken naar 427 veroordelingen voor buitenlandse omkoping tussen 1999 en 2014. De bevindingen zijn interessant: “We have learned that bribes are being paid across sectors to officials from countries at all stages of economic development,” aldus de onderzoekers in het rapport.

“Corporate leadership is involved, or at least aware, of the practice of foreign bribery in most cases, rebutting perceptions of bribery as the act of rogue employees,” staat in het rapport. In 41% van de onderzochte omkopingszaken betaalde of autoriseerde medewerkers op managementniveau de steekpenning. In 12% van de gevallen was zelfs de CEO van het bedrijf betrokken. Eén van de onderzochte zaken leidde tot de veroordeling van een lid van het Amerikaanse Congres. Het ging daarbij om samenzwering tot buitenlandse omkoping. Ook bleek dat bij omkoping veelal gebruik gemaakt wordt van tussenpersonen. In driekwart van de zaken werd namelijk gebruik gemaakt van een intermediair.

Sectoren

Corruptie komt het meest voor in de grondstoffenwinning (19%), constructie (15%), transport en opslag (15%) en informatie en communicatie (10%). Dat is in Nederland niet anders. De laatste sector wordt geïllustreerd door de VimpelCom zaak, de eerste door SBM. Tezamen zijn deze sectoren goed voor ongeveer twee-derde van de corruptiegevallen die de OESO in haar onderzoek heeft bekeken.

De grondstoffensector geeft relatief ook de hoogste bedragen. Gemiddeld werd er in de onderzochte zaken 21% van de transactiewaarde aan steekpenningen betaald. De meeste steekpenningen werden aangeboden door grote bedrijven (60%). Slechts 4% van de steekpenningen kon worden teruggeleid naar kleine en middelgrote bedrijven. Overigens is van 36% van de corrupte betalingen niet geheel duidelijk hoe groot het bedrijf is. Dit komt waarschijnlijk omdat handhaving zich wereldwijd eerder richt op grote bedrijven.

De steekpenningen werden het vaakst aangeboden of gegeven aan medewerkers van staatsbedrijven (27%), gevolgd door douanebeambten (11%), medisch personeel (7%) en medewerkers van defensie (6%). In de meeste gevallen werd de steekpenning betaald om overheidscontracten in de wacht te slepen (57%). Daarna was klaring door de douane het meest voorkomende doel (12%).

Tot slot komt omkoping voor in vele verschillende landen: de 427 gevallen van buitenlandse omkoping vonden plaats in 86 verschillende landen. Hierbij lijkt het ontwikkelingsniveau van het land geen factor te zijn: bijna de helft (43%) vond plaats in landen met een hoog of erg hoog ontwikkelingsniveau.