Braziliaanse

Een derde van Braziliaanse kabinet onder de loep in corruptieonderzoek

Lotte RooijendijkAlgemeen, Corruptie, Feature, Internationaal, News, Nieuws

Amsterdam, 13 april 2017 – Het Braziliaanse hooggerechtshof heeft dinsdag bepaald dat er een onderzoek wordt ingesteld naar 108 politici die zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan corruptie en witwaspraktijken in het schandaal rondom staatsoliebedrijf Petrobras. Het voortslepende schandaal betreft een onderzoek naar witwaspraktijken en corruptie waarbij Petrobras in meerdere gevallen steekpenningen hebben aangeboden aan politici. Maar liefst een derde van het zittende kabinet in Brazilië wordt onder de loep genomen, waaronder acht ministers en tientallen andere toppolitici.

De rechtbank heeft begin deze week een lijst met namen gepubliceerd die onder de loep zullen worden genomen in een grootschalig corruptieonderzoek naar de betrokkenheid van Braziliaanse politici. De lijst is tot stand gekomen op basis van verklaringen van ruim zeventig medewerkers van het Braziliaanse bouwconcern Odebrecht. Dat constructiebedrijf staat samen met staatsoliebedrijf Petrobras centraal in het corruptieschandaal. Odebrecht heeft toegegeven dat het 1 miljard euro aan steekpenningen heeft betaald in ruil voor contracten en voor het bedrijf gunstige wetgeving.

Wie staan er op de lijst?

De ministers van buitenlandse zaken, handel- en industrie, en landbouw worden onderzocht, evenals de secretaris-generaal. Ook de rol van drie voormalige Braziliaanse presidenten, Fernando Henrique Cardaso, Lula da Silva en Dilma Rousseff zal worden onderzocht. Andere politici die worden genoemd zijn onder meer de stafchef van de president en de voormalig burgemeester van Rio de Janeiro (tijdens de Olympische Spelen). Volgens persbureau Reuters zullen de taken van de aangeklaagde ministers worden opgeschort door huidig president Michel Temer en zullen zij bij een veroordeling worden ontslagen. De president zelf is tijdelijk gevrijwaard van vervolging. Temer is vorig jaar augustus aan de macht gekomen en kan in Brazilië enkel worden aangeklaagd voor misdaden die hij pleegt tijdens zijn regeerperiode.

Eerder werden in de Petrobraszaak al meer dan 200 mensen opgepakt. Onder hen is Eduardo Cunha die eind maart schuldig werd gevonden aan corruptie en werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar. Hij zou miljoenen aan steekpenningen hebben aangenomen van Petrobras bij de aankoop van een olieveld in Benin en deze door hebben gesluisd naar bankrekeningen in Zwitserland. Cunha, die in september 2016 werd geroyeerd, speelde een sleutelrol in het gedwongen vertrek van president Dilma Rousseff. Hij is de eerste politicus op dit niveau die veroordeeld is in het grootste corruptieschandaal uit de Braziliaanse geschiedenis.

Kracht Braziliaanse rechterlijke macht neemt toe

Het schandaal beheerst al jaren de Braziliaanse politiek. Meer dan honderd topfunctionarissen en politici zitten inmiddels achter tralies. Dat het onderzoek na drie jaar nog steeds niet in een eindfase is beland, blijkt uit het feit dat een derde van het zittende kabinet onder de loep wordt genomen. Met een continue stroom van veroordelingen en onthullingen wordt duidelijk dat deze corruptiezaak diep verankerd zit in de Braziliaanse samenleving. De voortgang van de zaak is ook afhankelijk van de tactiek van de onderzoekers. De verdachten worden voor een keuze gesteld: de volledige straf uitzitten of strafvermindering in ruil voor informatie. Hierdoor levert iedere golf aan arrestaties weer nieuwe informatie op.

Terwijl Brazilië probeert te herstellen van een verwoestende economische crisis, draagt corruptie enkel bij aan de lasten van de armen. Niemand zou boven de wet moeten kunnen staan, er zouden geen deals achter gesloten deuren moeten kunnen plaatsvinden en straffeloosheid voor diegenen betrokken bij corruptie mag niet bestaan. Voor het eerst in de geschiedenis van Brazilië worden topfunctionarissen en invloedrijke politici voor corruptie berecht. Brazilië lijkt haar beloftes om corruptie te bestrijden eindelijk na te komen. “In andere Latijns-Amerikaanse landen zien ze wat er in Brazilië gebeurt en dat wekt vertrouwen. Ook in landen als Colombia en Peru wordt de rechterlijke macht langzamerhand krachtiger en onafhankelijker, dit geeft hoop”, zei José Ugaz van Transparency International.