onderzoekscommissie

Volksvertegenwoordigers: ga door met onderzoekscommissie Panama Papers

Fritz StreiffAlgemeen, Corruptie, Feature, Fraude, Integriteit, Nationaal, Onderzoeken, Wetgeving, Witwassen

Amsterdam, 11 april 2017 – Vorige week was de eerste verjaardag van de Panama Papers. Een goed moment om terug te blikken en te evalueren wat er sinds de onthullingen van het onderzoekscollectief  International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) allemaal is gebeurd. Maar veel belangrijker nog is de blik naar de toekomst. In Nederland is eind vorig jaar een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld om de rol van Nederlandse financiële dienstverleners met betrekking tot belastingontduiking en illegale geldstromen te onderzoeken. Hierna volgden de campagnes, de verkiezingen en nu de formatie. Het werk van de commissie ligt nu stil, ook omdat sommige vooraanstaande leden van de commissie geen lid van de Tweede Kamer meer zijn. Dit mag er echter in geen geval toe leiden dat het onderzoek niet doorgaat, bepleit Transparency International Nederland (TI-NL).

3 april 2016 was een bijzondere dag. Na maandenlang geheim onderzoekswerk publiceerden de bij het ICIJ aangesloten media de eerste artikelen over de Panama Papers: een schat aan informatie afkomstig van de Panamese dienstverlener Mossack Fonseca, gelekt door een anonieme bron ‘John Doe’. De lek ter grootte van 2700 gigabyte bevatte in totaal 11,5 miljoen documenten met daarin de namen van 214.500 anonieme offshore-entiteiten. Het zou 27 jaar duren voor een enkele persoon om alle documenten te lezen. Ter vergelijking: de door Edward Snowden gelekte documenten over de wereldwijde privacyinbreuken van de National Security Agency omvatten ‘maar’ 60 gigabyte.

De twee journalisten van de Süddeutsche Zeitung die door ‘John Doe’ oorspronkelijk werden benaderd, beseften al snel dat zij deze hoeveelheid data niet zonder internationale hulp aan konden. Zij schakelden het ICIJ in voor de klus met wereldwijd 376 journalisten van 109 media organisaties in 76 landen. De verschillende groepen journalisten deden toen specifiek onderzoek naar vermeldingen in de Panama Papers van hun eigen landen, namen van personen, vennootschappen, banken en andere financiële instellingen. Het ongekende resultaat: minstens 12 (voormalige) regeringsleiders, 140 (voormalige) politici en ambtenaren in meer dan 50 landen, 29 miljardairs die op de Forbes 500 lijst staan en 511 banken. Maandag werd bekend dat het ICIJ voor dit belangrijke werk de gerenommeerde Pulitzer Prize heeft gewonnen.

Nederlandse namen in de Panama Papers

In de Panama Papers staan ook namen van Nederlandse bedrijven, instellingen en personen: onder anderen een oud ABN-commissaris en meest recent een GroenLinks-kandidate voor de Tweede Kamer. Opvallend is ook de rol van Nederlandse trustkantoren die in de gelekte document worden genoemd. Een paar weken geleden nog heeft DNB na eigen onderzoek aangifte tegen een aantal Nederlandse trustkantoren bij het Openbaar Ministerie gedaan. Dit laat het vermoeden toe dat deze trustkantoren mogelijk strafbare feiten hebben gepleegd die door de onthullingen uit de Panama Papers aan het licht zijn gekomen.

Ook TI-NL heeft eigen onderzoek gedaan naar de stand van zaken in Nederland wat betreft de aanpak van internationale witwasconstructies en ongeoorloofde praktijken van belastingontduiking. Het onderzoeksrapport ‘Behind The Scenes – Beneficial Ownership Transparency in the Netherlands’ zoomt in op (ontbrekende) transparantie op het gebied van om offshore constructies die de eigenaar in staat stellen zijn identiteit en zakelijke transacties te verbergen, de zogeheten ‘uiteindelijke belanghebbenden’. TI-NL concludeert in het rapport dat Nederland weliswaar een relatief goed inzicht heeft in algemene witwasrisico’s. Risico’s gerelateerd aan de uiteindelijke belanghebbende zijn echter vooralsnog zowel in regelgeving als in de praktijk onvoldoende in kaart gebracht. Nederland scoort op dit vlak slecht in vergelijking met andere landen.

onderzoekscommissie

Wat doet Nederland naar aanleiding van de Panama Papers?

Een belangrijke vraag die hier doet rijzen: wat doet Nederland hieraan? Naar aanleiding van Europese regelgeving is er Nederlandse wetgeving in de maak, waaronder een register voor uiteindelijke belanghebbenden (het UBO-register) en een aanscherping van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). Ook zal er naar alle waarschijnlijkheid dit jaar eindelijk de eerste door de overheid in opdracht gegeven nationale witwasrisicoanalyse worden gepubliceerd. Dit zijn stappen in de juiste richting. Toch maakt TI-NL zich zorgen over de Nederlandse aanpak van de door de Panama Papers aan het licht gebrachte toestanden. In de Tweede Kamer is de wil om de Nederlandse link met de onthullingen te onderzoeken nogal mager. Nadat een krappe meerderheid had ingestemd met het voorstel om een parlementair onderzoek te starten, duurde het maanden tot de onderzoekscommissie in december vorig jaar eindelijk was samengesteld. De onderzoekscommissie zou naar aanleiding van de Panama Papers de rol van Nederlandse fiscale adviseurs en trustkantoren daarin belichten.  De drie initiatiefnemers van het parlementaire onderzoek PvdA, SP en GroenLinks hadden aanvankelijk ook hun pijlen gericht op de rol van multinationals en hun gebruik van gunstige Nederlandse fiscale constructies. Hiervoor kregen zij echter geen meerderheid in de Tweede Kamer.

Volg het goede voorbeeld van het Europees Parlement

Vanwege de campagnes en de daaropvolgende verkiezingen heeft het werk van de commissie echter maandenlang stil gelegen. Ook tijdens het nu gaande formatieproces zullen geen grote stappen worden gezet. Dat heeft met name te maken met de volgende twee redenen: veel van de commissieleden zijn niet teruggekeerd als Kamerlid na de verkiezingen, waaronder beoogd commissievoorzitter Ed Groot van de PvdA. Ook bestaat de meerderheid die het instellen van de commissie toen uiteindelijk toch nog door de kamer wist te loodsen nu niet meer. Een nieuwe Kamermeerderheid zou er theoretisch voor kunnen zorgen dat de gehele commissie en daarmee het onderzoek wordt afgeblazen. Dat zou een zware klap betekenen voor de nodige opheldering van de Nederlandse link met de Panama Papers. In internationale vergelijking zou het stranden van de Nederlandse onderzoekscommissie ook pijnlijk zijn. Het Europees Parlement is bijvoorbeeld al sinds begin van dit jaar aan de slag met het onderzoeken van de rol die Europese banken, advocatenkantoren en andere financiële dienstverleners in de Panama Papers spelen. 

Steun de onderzoekscommissie Panama Papers

Nederland heeft vanwege haar positie als één van de meest belangrijke financiële centra wereldwijd een bijzondere verantwoordelijkheid op het gebied van anti-witwasmaatregelen. Het is absoluut noodzakelijk dat het faciliteren van mogelijk illegale constructies via Nederland grondig en op een transparante manier wordt onderzocht. De parlementaire commissie is hét passende democratisch instrument om dit te doen: van het verleden leren, toekomstige risico’s in kaart brengen en waar nodig regelgeving en toezicht aanscherpen. Dit is een overkoepelend onderwerp van publiek belang waar elke volksvertegenwoordiger achter zou moet staan, ongeacht het partijprogramma. TI-NL appelleert daarom aan alle Kamerleden om het doorgaan van de onderzoekscommissie te steunen.