Openbaar Ministerie

Zorgen om integriteit nemen toe bij de Nederlandse provincies

Lotte RooijendijkAlgemeen, Belangenverstrengeling, Corruptie, Feature, Fraude, Integriteit, Nationaal, Nieuws

Amsterdam, 13 juli 2017 – NRC schrijft aan de hand van een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) dat provincies steeds vaker laten onderzoeken of hun politici en ambtenaren zich integer hebben gedragen. De Nederlandse provincies hebben in 2016 negentien integriteits-onderzoeken laten uitvoeren. Dat aantal is ruim verdubbeld in vier jaar tijd met in 2012 acht integriteitsonderzoeken. In de meeste gevallen legde het integriteitsonderzoek ook een integriteitsschending bloot.

Volgens NRC lieten de provincies in vijf jaar tijd 66 onderzoeken uitvoeren en in 42 gevallen bleek er sprake van integriteitsschending. Het gaat volgens de krant om zowel kleine als grote vergrijpen waaraan gedeputeerden, Statenleden en ambtenaren zich schuldig zouden hebben gemaakt. Verreweg de meeste onderzoeken draaien om fraude en corruptie (21) en belangenverstrengeling (18). Met name bij aanbestedingskwesties is de kans op integriteitsschendingen van ambtenaren en bestuurders relatief groot. Hierbij kan worden gedacht aan vertrouwelijke informatie die wordt doorgespeeld aan meedingende partijen of ambtenaren met dubbele petten, die betrokken zijn bij een van de bieders. Daarop volgen plichtsverzuim (9) en misbruik van provinciale middelen, zoals bijvoorbeeld een OV-chipkaart van de werkgever (8).

Integriteitskwesties in de provincies

Noord-Holland liet met 21 onderzoeken in vijf jaar tijd de meeste onderzoeken uitvoeren. Een voorbeeld daarvan was de ‘Operatie Schoon Schip’ die bijdroeg aan de val van ex-gedeputeerde Ton Hooijmaijers (VVD) vanwege omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen. Het meest opvallende onderzoek in Noord-Holland was naar de zaak waarbij de provincie in 2014 aangifte deed tegen haar eigen kasbeheerder vanwege vermeend gesjoemel met subsidiegelden en oplichting. De kasbeheerder zou van 2010 tot 2012 rekeningnummers op subsidieformulieren hebben vervalst waardoor de subsidie niet terecht kwam bij de aanvragers maar bij bekenden. Het opgestreken geld telt een totaal van  €82.193. De subsidiefraude komt in 2014 tijdens een boekhoudcontrole aan het licht doordat diverse bedragen dubbel uitbetaald blijken te zijn.

Friesland komt met zestien onderzoeken op de tweede plaats. Daarna volgt Zuid-Holland met 6 onderzoeken. Flevoland voerde helemaal geen integriteitsonderzoeken uit. Bij twintig zaken werd een extern bureau ingeschakeld om de kwestie te onderzoeken. In totaal gaven de twaalf provincies de afgelopen vier jaar ruim 1,1 miljoen euro uit aan deze externe onderzoeken. Vier externe onderzoeken hebben de provincie meer dan één ton gekost, waarvan twee in Noord-Holland, één in Drenthe en één in Zuid-Holland. De andere 46 onderzoeken werden door de provincies zelf uitgevoerd.

Integriteitsparadox

Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de Vrije Universiteit, wijst op het zichzelf versterkende effect van integriteitsonderzoek: “Meer aandacht leidt tot meer onderzoeken. Dat betekent niet dat het bij provincies met meer onderzoeken slechter gesteld is met de integriteit. We noemen dat de ‘integriteitsparadox’.”

De provincies kennen tegenwoordig ook klokkenluidersregelingen waar vermoedens van misstanden anoniem kunnen worden gemeld. Er bestaan ook interne vertrouwenspersonen/ integriteitscoordinatoren bij sommige provincies waarmee misstanden kunnen worden besproken en advies kan worden gevraagd. Als een klokkenluider zich niet gehoord voelt of last ondervindt van zijn melding, dan kan hij ook nog de Onderzoeksraad Integriteit Overheid inschakelen of de stap zetten om extern aandacht te vragen voor dat vermoeden bij de Nationale Ombudsman (voor vermoedens van misstanden bij een overheidsinstantie) of het Huis voor Klokkenluiders (voor werkgerelateerde misstanden in zowel private als publieke sector). Hierdoor gaat er meer aandacht uit naar het voorkomen van integriteitsschendingen.

Integriteit element van kwaliteit van de overheid

Naast de wettelijke normen moeten ambtenaren en politieke ambtsdragers ook voldoen aan de Basisnormen Integriteit. Ambtenaren leggen bij indiensttreding een eed of belofte af waarin ze de integriteitsregels beloven te respecteren en na te leven. Dat houdt onder meer in dat nevenwerkzaamheden, relatiegeschenken en financiële belangen moeten worden gemeld.

De overheid heeft de bevoegdheid om de naleving van de wet af te dwingen. De integriteit van de overheid en haar functionarissen is belangrijk, omdat zij een ingrijpende rol spelen in het leven van de burgers. Dat betekent ook dat de overheid een voorbeeldfunctie heeft naar haar burgers. Dit maakt integriteit tot een element van de kwaliteit van de overheid.

Juist omdat politici en ambtenaren op lokaal niveau zo dicht bij het publiek staan, is de verleiding tot corruptie misschien wel het grootst. Maar dit gegeven werkt ook de andere kant op: de burger krijgt ook meer kans om de lokale beleidsmakers tot verantwoording te roepen. De decentralisatie van overheidsfuncties zorgt dus voor meer risico’s, maar tegelijkertijd ook voor betere kansen de corruptie te bestrijden.

Daarom heeft Transparancy International (TI) in 2015 een rapport uitgebracht met daarin handvatten voor gedragingen, interne regelingen, besluitvormingsprocedures en wetgeving die lokale overheden houvast geven in het voorkomen én het bestrijden van corruptie. In het rapport genaamd ‘Anti-Corruption Principles and Standards for Local Governance Systems’ wordt een zorgvuldig en uitgebreid overzicht gegeven van principes en standaarden. Zo worden bijvoorbeeld principes uiteengezet die leidend moeten zijn in het zo open en integer mogelijk functioneren van overheidsfunctionarissen. Deze horen zich volgens TI verre van discriminatie en vriendjespolitiek te houden en zich openlijk tegen corruptie uit te spreken. Transparency International Nederland hoopt dat ook provincies in Nederland de principes en standaarden van TI in overweging nemen en zichzelf objectief evalueren om corruptie en fraude te voorkomen én te bestrijden.