Shell

Aangifte NGO’s over mogelijke corruptie Shell

Suzanne GroenCorruptie, Integriteit, Internationaal, News, Nieuws

Amsterdam, 8 december 2017 – Al eerder schreef Transparency International Nederland (TI-NL) over de mogelijke corruptiezaak in Italië tegen o.a. Shell, in het verkrijgen van een olieblok in Nigeria in 2011. In Nederland hebben nu ook vier maatschappelijke organisaties aangifte gedaan tegen de olie- en gas multinational over corruptie in het verwerven van het olieblok OPL 245. Dat maakte advocatenkantoor Prakken d’Oliveira deze week bekend.

De aanklacht is gericht tegen Royal Dutch Shell plc, Shell Petroleum N.V. en een viertal leidinggevenden. De aanklagers willen dat het OM bij de verdachten onderzoek doet naar hun betrokkenheid bij onder meer corruptie, bedrog en deelname aan een criminele organisatie in Nigeria. Zij deden eerder een vergelijkbare aangifte in Italië.

Naar aanleiding hiervan deed het Nederlandse OM vorig jaar februari een inval bij het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. Deze inval werd dan ook in samenwerking met het Italiaanse Openbaar Ministerie uitgevoerd. Een Italiaanse rechter besluit op 20 december of Shell, zijn vermeende ex-bestuurders en het Italiaanse petrochemiebedrijf Eni kunnen worden aangeklaagd wegens corruptie in Nigeria.

Waar gaat het geld heen?

De strafzaak zou gaan over de verwerving van het olieblok OPL 245 in 2011, waarbij shell de exploitatierechten van Malabu Oil & Gas – een ‘lege vennootschap’ in het bezit van voormalig minister van olie Dan Etete – zou hebben verkregen. Etete zou echter in 1998, toen hij onderdeel uitmaakte van de regering van voormalig dictator Sani Abacha, het olieveld OPL 245 op een onwettige wijze aan zijn eigen bedrijf hebben toegekend. 

Naast een dispuut over de rechten van het olieblok, lijken ook de transacties op een dubieuze manier te zijn uitgevoerd. Zo zou Shell samen met het Italiaanse oliebedrijf Eni 1,3 miljard dollar betaald hebben voor het blok, waarvan slechts 201 miljoen dollar in de Nigeriaanse schatkist zou zijn beland. Het resterende bedrag zou via een zogenaamde stroman-constructie door de Nigeriaanse overheid doorgesluisd zijn naar ‘Malabu Oil and Gas’. Verder zouden er miljoenen ter hand zijn gesteld aan bedrijven van voetbal bekendheid Aliyu Abubakar, lokaal bekend als ‘Mr. Corruption’, schrijft NU.nl.

Kamervragen

Afgelopen maand publiceerde Vrij Nederland  een reconstructie op basis van duizenden pagina’s interne e-emails, rapporten en afgeluisterde gesprekken, waaruit onder andere bleek dat onder meer Mercedessen en Range Rovers van het smeergeld zouden zijn aangeschaft. 

De niet-gouvernementele organisaties Corner House, Global Witness, HEDA Resource Centre en Re:Common zitten achter de aangifte, maar opereerde tot noch toe in de schaduw om het Openbaar Ministerie de ruimte te geven de aangifte in alle rust te bestuderen, meldt NU.nlHet eerdergenoemde artikel van Vrij Nederland leidde echter tot Kamervragen, waardoor er niet meer te ontkomen was aan publiciteit rondom de aangifte, die in september van dit jaar al werd ingediend. 

Een van de Kamervragen luidt: “Wat vindt u ervan dat Shell zich bij de beoordeling van de deal vooral richtte op eventuele reputatieschade en niet op morele en mensenrechtelijke overwegingen? Hoe kan deze enkel op winstbejag gerichte denkwijze bestreden worden?” Helaas geeft de minister geen antwoord op deze vraag, omdat het onderzoek nog loopt. Op de meer algemene vragen over het Nederlandse corruptiebeleid wordt verwezen naar de Kamerbrief van maart 2015 en de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen.

Reactie Shell

Shell stelt in een reactie aan NU.nl dat de olie- en gas multinational op basis van alle beschikbare informatie nog steeds geen reden ziet tot vervolging van het bedrijf of een – huidige of voormalige – medewerker. Verder stelt Shell waarde te hechten aan “bedrijfsintegriteit”:

‘We hebben een duidelijk beleid ter bestrijding van omkoping en corruptie en een gedragscode’, laat een woordvoerder van Shell per mail weten aan NU.nl. ‘Van alle werknemers in de hele wereld wordt verwacht dat ze deze principes naleven en ons beleid en onze code naleven – het nalaten hiervan zal leiden tot consequenties tot en met ontslag.’