EU-klokkenluidersrichtlijn

EU-klokkenluidersrichtlijn: meer rechtszekerheid voor melder is hard nodig

Lotte van TeunenbroekAlgemeen, Klokkenluiders, Politiek, Wetgeving

Amsterdam, 8 oktober 2021 – Binnenkort moet de rechtspositie van klokkenluiders versterkt worden via de EU-klokkenluidersrichtlijn. Deze richtlijn moet nog geïmplementeerd worden in de Nederlandse wetgeving. Directeur Lousewies van der Laan schoof namens Transparency International Nederland aan bij het rondetafelgesprek van de Tweede Kamer om te adviseren over de implementatie van de richtlijn.

Op 23 oktober 2019 werd een nieuwe Europese richtlijn aangenomen: “Richtlijn (EU) inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden”. Deze richtlijn wordt ook wel de EU-klokkenluidersrichtlijn genoemd en moet ervoor zorgen dat klokkenluiders geen schade ondervinden wanneer zij melding maken van een misstand. Hiertoe verplicht de richtlijn bedrijven, openbare instellingen en autoriteiten om een hoog niveau van bescherming en veilige meldkanalen aan te bieden.

Nederlandse implementatie van de EU-klokkenluidersrichtlijn

In Nederland heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken een wetsvoorstel geschreven voor de implementatie van de klokkenluidersrichtlijn. Dit wetsvoorstel ontving veel kritiek, omdat deze onnodig ingewikkeld is. Waar en op welke manier klokkenluiders een misstand moeten melden, is in het wetsvoorstel namelijk afhankelijk van het soort recht dat van toepassing is: nationaal of Europees. Voor klokkenluiders – maar ook voor de organisaties waar zij werken en voor de autoriteiten die de melding onderzoeken – ontstaat hierdoor een onnodig ingewikkelde en onzekere situatie.

De Raad van State gaf in haar advies ook aan dat deze manier van implementeren lastig uitvoerbaar is: “Het wetsvoorstel creëert op deze wijze geen eenduidig kader voor externe meldregelingen. De Afdeling merkt op dat de wet hierdoor zowel voor melders als voor bevoegde autoriteiten lastiger uitvoerbaar is. Een (potentiële) melder zal zich eerst moeten afvragen of een bepaalde kwestie nu als misstand of als inbreuk in bovenbedoelde zin moet worden gekwalificeerd.”

Het is niet realistisch om zo’n inschatting aan de klokkenluider over te laten. Doordat de bescherming van klokkenluiders het centrale doel van de wet en de te implementeren richtlijn is, moet de klokkenluider in ieder geval duidelijkheid hebben over de rechten die men heeft. Dit is bij het wetsvoorstel absoluut niet het geval.

Rondetafelgesprek in de Tweede Kamer

Op 30 september 2021 was het rondetafelgesprek van de Commissie Binnenlandse zaken over de EU-Klokkenluidersrichtlijn. De discussie werd geleid door Renske Leijten van de SP. In het eerste blok waren Lousewies van der Laan (directeur TI-NL), Rik van Steenbergen (beleidsmedewerker FNV), Mario van Mierlo (beleidssecretaris MKB Nederland) en Peter van der Meij (bestuurslid Huis voor Klokkenluiders) aan het woord om hun standpunten duidelijk te maken en vragen te beantwoorden van commissieleden.

Directeur Lousewies van der Laan benadrukte in haar spreektijd het belang van het goed omzetten van deze richtlijn: “We hebben een historische kans om in Nederland klokkenluiders beter te beschermen”. Van der Laan vindt het daarom ontzettend jammer dat het ministerie lijkt te hebben gekozen voor een ‘technische omzetting’. Men zou moeten kijken naar of de klokkenluider daadwerkelijk beter beschermd is.

Van der Laan legt tijdens haar spreektijd de nadruk op drie belangrijke punten:

  • Het onderscheid dat in het wetsvoorstel wordt gemaakt tussen Europese wetgeving en Nederlandse wetgeving is totaal onnodig. Europees en Nederlands recht is enorm met elkaar verstrengeld. Daardoor is het voor het overgrote deel van de melders niet duidelijk waar de misstand onder valt. Het advies van TI-NL is om géén onderscheid te maken, om de rechtszekerheid van klokkenluiders te verbeteren.
  • Hoewel de evaluatie van de huidige Wet Huis voor klokkenluiders werd vervroegd in verband met de problemen rond (het functioneren van) het Huis, stelt het evaluatierapport dat het vanwege het nieuwe bestuur en het gebrek aan cijfers te vroeg is om te evalueren en op basis daarvan de Wet Huis voor klokkenluiders te herzien. Het niet herzien van de Wet Huis voor Klokkenluiders vóór of tenminste gelijktijdig met de implementatie van de EU-klokkenluidersrichtlijn, leidt tot structurele zwakte en onnodige complexiteit en dus niet tot betere bescherming van de klokkenluider.
  • De druk om de EU-klokkenluidersrichtlijn te implementeren vóór 17 december 2021 is totaal onnodig. Het is belangrijker om de richtlijn volledig en juist te implementeren, dan om een deadline te halen. Als het ministerie hier meer tijd voor nodig heeft, kan men dit gewoon aangeven bij de Europese Commissie.

Kijk hier het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer terug.