zorgbestuurders

Integriteit blijft voor zorgbestuurders moeilijk onderwerp

Stefan DrijverAlgemeen, Feature, Media, Nationaal, News, Nieuws

Amsterdam, 25 januari 2016 – Een gebrek aan integriteit wordt vaak aangewezen als oorzaak voor incidenten in de zorg. Om de integriteit te bevorderen hebben zorginstellingen steeds vaker een uitgebreid integriteitsbeleid met tal van regels en sancties. Uit een signalement van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG), een samenwerkingsverband van de Gezondheidsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, blijkt dat zorgbestuurders echter nog steeds tegen verschillende problemen aanlopen als integriteit moet worden besproken.

Het signalement naar de integriteit in zorgorganisaties zocht uit wat bestuurders wel en niet kunnen doen om integriteit te bevorderen in hun organisatie. Voor het signalement interviewde het CEG meerdere zorgbestuurders. Ter sprake kwam hoe het concept ‘integriteit’ wordt begrepen, de situaties die zorgorganisaties tegenkomen, en de gehanteerde methoden van de zorgbestuurders. Het doel van het signalement was het stimuleren van debat over integriteit binnen zorgorganisaties en het bieden van handvatten voor bestuurders. De uitkomsten van het signalement bieden een interessant kijkje in de problemen die bestaan in het integriteitsbeleid van zorgorganisaties.

Geen eenduidige definitie integriteit

Gekeken naar het begrip ‘integriteit’ kwam het CEG tot het inzicht dat het concept eigenlijk geen eenduidige definitie heeft. In veel gevallen wordt er doorgeslagen in het begrip en wordt het óf te breed óf te nauw gebruikt. In sommige situaties wordt integriteit aan allerlei zaken gekoppeld die er niets mee te maken hebben, waardoor het bevorderen van integriteit opeens erg omslachtig wordt. In andere gevallen wordt integriteit versmald zodat het bijna wordt gezien als tegenstelling van fraude of als het ‘gewoon’ volgen van de regels. Deze definities zijn te nauw aangezien zij niks zeggen over naar geweten handelen en deugdzaamheid. Dit is bijvoorbeeld ook het geval bij het toetsen van de integriteit van zorgaanbieders door zorgverzekeraars. In het online portal Raadpleging Integriteit Zorgaanbieders (RIZ) is integriteit gelijkgesteld aan bevoegdheid en financiële betrouwbaarheid.

Het CEG ziet integriteit als een gelaagd concept bestaande uit vier onderdelen, namelijk betrouwbaarheid, deugdzaamheid, authenticiteit en reflectie. Verder wordt vastgesteld dat integriteit situationeel en dynamisch van karakter is: wat integriteit betekent is aan verandering onderhevig en zal per situatie anders zijn.

Moreel geladen begrip

Verder blijkt uit het signalement dat integriteitskwesties in de zorg voornamelijk over vijf thema’s gaan: botsende belangen en verwachtingen, omgaan met fouten, beloning van bestuurders, perverse systeemprikkels en groepsdruk. Integriteit is volgens de zorgbestuurders in deze gevallen vaak een moreel beladen begrip. De maatschappelijke veroordeling van oninteger handelen is sterk en persoonlijk, wat een constructief gesprek over de kwesties moeilijk maakt.

Verder komt naar voren dat het brede gebruik van integriteit een extra belemmering vormt voor een normale discussie over kwesties: omdat een gebrek aan integriteit wordt gelinkt aan wangedrag en fraude, is de associatie met integriteit ook een moeilijke. Dit is zeker het geval in grijze gebieden waar geen duidelijke eenduidige integere handelwijze bestaat, waardoor zorgorganisaties zelf moeten vaststellen wat integriteit is.

Aanpak gebaseerd op waarden

Een laatste conclusie uit het signalement is dat zorgbestuurders zelf graag de focus leggen op waarden naast regels en sancties. Een aanpak waarbij waarden worden aangehaald is ideaal in situaties waar het niet geheel duidelijk is wat integer handelen is. In deze grijze gebieden conflicteren de regels soms met de waarden en zouden de laatste de overhand moeten hebben. Het verschil is dat regels een ondergrens vastleggen terwijl waarden vragen om te handelen op een hoger niveau, boven de ondergrens. Ook omdat het naleven van de regels moeilijk direct te controleren is in de privésetting waar zorg wordt geboden, is het goed zorgprofessionals duidelijke waarden mee te geven zodat de beperkte externe controle kan worden gecompenseerd door zelfcontrole. Wel zorgt de voorkeur van bestuurders voor een aanpak gebaseerd op waarden voor een moeilijk dilemma omdat bestuurders tegenwoordig juist worden afgerekend op geïnstitutionaliseerde controle en regels.

Conclusie

Het signalement van het CEG benadrukt vooral dat het van belang is de dialoog over integriteit op genuanceerde en onbevooroordeelde wijze te kunnen voeren. Door een open gesprek over integriteit mogelijk te maken, kunnen mogelijke kwesties worden voorkomen en kan transparantie worden bevorderd. Integriteit zou best een vast agendapunt kunnen worden binnen organisaties. Dit creeërt bewustwording bij bestuurders, leidinggevenden en werknemers.

Verhoogde integriteit binnen zorgorganisaties zou het imago van deze organisaties wellicht wat op kunnen vijzelen. Zorgbestuurders hebben al tijden te kampen met een imagoprobleem. Uit onderzoek van Nivel blijkt dat zorgbestuurders slecht scoren als het gaat om vertrouwen: slechts 9% van de ondervraagde Nederlanders gaf bij het onderzoek aan ze te vertrouwen. De zorgsector heeft de afgelopen jaren meermaals te maken gehad met schandalen, onder andere over declaratiegedrag en te hoge salarissen en afkoopsommen. Er is daarom nog genoeg ruimte voor verbetering op het gebied van integriteit.