voorzitterschap

EU-voorzitterschap: wat kunnen we nog verwachten?

Stefan DrijverEuropees, Feature, Internationaal, Nationaal, News, Nieuws, Wetgeving

Amsterdam, 3 juni 2016 – In het kader van het Nederlandse EU-voorzitterschap volgt TI-NL de ontwikkelingen op dossiers over corruptiebestrijding en transparantiebevordering. Met nog een maand te gaan komt het voorzitterschap in zijn laatste fase. Op een aantal van de onderwerpen hebben er de afgelopen maand een goede ontwikkeling plaatsgevonden, daar waar enkele andere onderwerpen onderbelicht zijn gebleven. Wat kunnen we tijdens de laatste maand van het EU-voorzitterschap van Nederland nog verwachten?

Richtlijn belastingontwijking

Over de richtlijn tegen belastingontwijking werd vorige week nog geen akkoord bereikt in de Raad van Ministers. Over enkele van de zes onderdelen van de richtlijn bestaat nog discussie tussen de lidstaten. Het toepassen van regels voor Controlled Foreign Companies op intra-EU situaties was een van de struikelblokken. Met de regels zouden bedrijven die winsten verschuiven van landen met een hoog belastingtarief naar dochterondernemingen in landen met een laag tarief alsnog belasting moeten betalen.

Een ander punt van discussie was de switch-over bepaling, waarbij bedrijven zouden moeten aangeven of zij belasting hebben betaald over dividenden en winsten die zij uit het buitenland ontvangen. Wanneer dit niet het geval is, moet de EU-lidstaat alsnog belasting heffen. Veel landen zien dit niet zitten omdat het de concurrentiepositie zou kunnen verzwakken.

Nederland hoopt nog tijdens het voorzitterschap een akkoord te bereiken op dit onderwerp. “We will continue working on this in the coming weeks. Hopefully we can come to a final agreement on this proposal in June,” liet minister Dijsselbloem weten. Een van de mogelijkheden om een akkoord te bereiken is het verwijderen van de switch-over bepaling uit het voorstel. Omdat deze bepaling toch al controversieel was voor veel lidstaten, overweegt Nederland deze stap. Over de CFC-regels zal dan tijdens de volgende raadsvergadering op 17 juni nog moeten worden onderhandeld.

Openbare CBCR

Een ander onderdeel van de aanpak van belastingontwijking waarover onderhandeld wordt – en waar wellicht nog een akkoord over kan worden bereikt tijdens het voorzitterschap – is het openbaar maken van de country-by-country-informatie (CBCR). Vorige week ging de Raad akkoord met het delen van de belastinginformatie tussen nationale belastinginstanties, maar over het publiceren van deze informatie bestaat nog enige discussie. Een aantal lidstaten, zoals België, Malta, Oostenrijk en Duitsland, vindt het voorstel voorlopig te ver gaan. Uitwisseling van informatie tussen belastinginstanties wordt gezien als een eerste, passende stap.

CBCR

Nederland heeft zich uitgesproken vóór de invoer van openbare CBCR en ook Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland steunen het voorstel. Om tot een akkoord te komen is het van belang de zorgen die bestaan weg te nemen. Zo ziet Duitsland het openbaren van de CBCR-informatie als onderhandelings-chip om deze informatie ook van derde landen te kunnen krijgen, willen Oostenrijk en Malta graag dat het publiek belang van openbare CBCR wordt verduidelijkt en maakt België zich zorgen om de privacy van bedrijven. Minister Dijsselbloem liet eerder weten het te betwijfelen dat de lidstaten nog tijdens het Nederlandse voorzitterschap tot een akkoord zullen komen.

Verplicht Joint Transparency Register

Naar verwachting zal Nederland de komende maand ook te maken krijgen met het Commissievoorstel voor een verplicht lobbyregister. Bij het aantreden van de Commissie Juncker werd besloten dat het tijd was om het vrijwillige Joint Transparency Register dat bestond op de schop te gooien. Veel van de invoeren in het huidige register blijken incompleet en incorrect te zijn en dankzij het vrijwillige karakter voelen bedrijven zich niet verplicht überhaupt te registreren. Daarom wordt er nu gewerkt aan een verbeterde en verplichte versie van het register.

lobby

Vorige week sloot de openbare consultatie voor de plannen van de Commissie voor het verplichte lobbyregister. De verwachting is dat er spoedig een voorstel wordt gedaan. Dit zal dan in de Raad van Ministers, nog tijdens het Nederlandse voorzitterschap, kunnen worden besproken.

In 2011 sprak de Raad van Ministers zich al uit voor een verplicht lobbyregister en ook het Europees Parlement ziet het voorstel graag tegemoet: “Parliament is ready for these reforms. We have committed negotiators and have made clear commitments,” sprak Europarlementariër Sven Giegold eind vorig jaar. Het lijkt er dus op dat er spoedig een akkoord kan worden verwacht. Of dit nog tijdens het voorzitterschap zal zijn, is nog afwachten.

Het EPPO

Een derde onderwerp waar misschien nog voortgang op zal worden geboekt in de laatste maand van het voorzitterschap is het opzetten van het European Public Prosecutor’s Office (EPPO). Deze Europese openbaar aanklager moet helpen met de bescherming van de financiële belangen van de EU tegen fraude. De onderhandelingen over dit onderwerp lopen al sinds juli 2013, maar de laatste maanden is er veel vooruitgang geboekt op het wetsvoorstel. De Raad heeft inmiddels een akkoord over een groot deel van de 75 artikelen van het voorstel.

Bij de vorige meeting van de Raad konden de ministers het niet eens worden over de kostenverdeling voor het EPPO. Volgens het Nederlands voorzitterschap zal hier bij de volgende meeting, op 9 en 10 juni, waarschijnlijk een akkoord over worden bereikt. Waar vervolgens nog over zal moeten worden gesproken zijn enkele artikelen over de relaties van het EPPO met derden en databescherming. Of hier een akkoord over zal worden bereikt tijdens het voorzitterschap is maar zeer de vraag.

Ook gemiste kansen tijdens voorzitterschap

Naast deze dossiers waarop het Nederlands voorzitterschap voortgang heeft geboekt, zijn er een aantal zaken waar weinig aandacht aan lijkt geschonken. Een van die zaken is de PIF Directive, een richtlijn die ervoor moet zorgen dat men in alle lidstaten dezelfde bescherming tegen fraude heeft. De bevoegdheden van het EPPO zullen gebaseerd zijn op de definitie die vastgelegd wordt in de PIF Directive.

De onderhandelingen lopen vast op het wel of niet toevoegen van omzetfraude aan de richtlijn. Eind 2015 heeft het Europese Hof van Justitie een uitspraak gedaan in een fraudezaak met omzetfraude, waarbij het heeft laten weten van mening te zijn dat omzetfraude al wél onder de huidige definitie zou vallen. Dit heeft de positie van een aantal lidstaten veranderd, maar tot vernieuwde onderhandelingen heeft dit nog niet geleid.

Verder is er ook weinig voortgang geboekt in de onderhandelingen over het hervormen van de Shareholder Rights Directive. De aanpassing van deze richtlijn moet zorgen voor meer transparantie over en voor aandeelhouders van bedrijven. In het voorstel voor de hervormingen wordt gesproken over het introduceren van CBCR met strengere eisen dan het aparte voorstel voor CBCR van de Commissie. Deze strengere voorwaarden zijn gesteld door het Europees Parlement, maar de Raad van Ministers gaat tot op heden nog niet akkoord hiermee. De verwachting was dat men eind 2015 of begin 2016 al tot een overeenstemming zou komen, maar dit is dus niet het geval. De kans dat dit nog gebeurt tijdens het voorzitterschap lijkt klein.

Een laatste onderwerp waar tot nu toe weinig voortgang op te constateren valt, is de transparantie van trilogen. Trilogen zijn informele gesprekken tussen de Raad van Ministers en het Europees Parlement onder toeziend oog van de Europese Commissie. Tegenwoordig wordt bij ongeveer drie kwart van de wetgeving gebruik gemaakt van deze gesprekken. Het probleem is dat deze informele gesprekken niet transparant zijn. Ook de Nederlandse overheid vindt dit kwalijk en daarom stelde het een non-paper hierover op samen met andere lidstaten om de discussie op gang te krijgen. Echter, tot op heden is over dit onderwerp nog weinig voortgang zichtbaar.

trilogen

Het is duidelijk dat het Nederlandse voorzitterschap in de laatste maand nog enkele belangrijke dossiers op tafel heeft liggen voor de bevordering van transparantie en de bestrijding van corruptie. De afgelopen vijf maanden zijn er al goede stappen gezet op een flink aantal onderwerpen en dat is voor een groot deel de verdienste van het voorzitterschap. Vooral op het gebied van het bestrijden van belastingontwijking zijn een aantal wetgevingsvoorstellen aanzienlijk vooruit gebracht. Dat er ook enkele dossiers zijn blijven liggen is jammer maar gezien de mogelijkheden en de soms moeilijke onderhandelingen ook niet onbegrijpelijk. Wellicht valt er de komende maand ook hier nog voortgang te boeken.