UBO-register

Onderzoek OSF: “Nederlandse voorstel UBO register onnodig restrictief”

Lotte RooijendijkAlgemeen, Corruptie, Due diligence, Feature, Nationaal, Nieuws, Wetgeving, Witwassen

Amsterdam, 2 juni 2020 – Uit een onderzoek van Open State Foundation naar een meer open UBO register, blijkt dat het eisen van registratie en het vragen van een vergoeding voor inzage van het UBO register (zoals het huidige wetsvoorstel voorstaat) niet verplicht is op grond van de AVG noch de Vierde Anti-Witwasrichtlijn.

Transparency International Nederland (TI-NL) sprak al eerder haar zorgen uit over de effectiviteit het voorgestelde UBO register (Ultimate Beneficial Ownership), omdat het register enkel in naam openbaar toegankelijk zal zijn. Degene die de gegevens opvraagt, moet zich registreren voordat zij/hij de gegevens op kan vragen bij de Kamer van Koophandel (KvK), die het register zal gaan voeren. Dit is ter verificatie van de identiteit van de opvrager. De opvrager kan bovendien niet lukraak op naam van een UBO zoeken: de UBO gegevens zullen enkel opvraagbaar zijn per onderneming. Hierdoor wordt het zoeken op personen en herkenning van patronen door data-analyse dus onmogelijk gemaakt. Een journalist of organisatie die onderzoek doet naar criminele netwerken, brievenbusfirma’s of belastingontwijking, vangt dus bot met het huidige voorstel voor het UBO register.

Voorstel UBO-register onnodig restrictief

“Het Nederlandse voorstel voor de implementatie van het UBO register is onnodig restrictief”, luidt de conclusie na analyse van relevante juridische teksten en vergelijking tussen verschillende EU-lidstaten. In opdracht van Open State Foundation deed het juridisch adviesbureau ICTRecht een analyse op zoek naar mogelijkheden voor een meer open UBO-register, gegeven de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Richtlijn hergebruik overheidsinformatie (PSI & Open Data-richtlijn) en de Vierde Anti-Witwasrichtlijn.

Het eisen van registratie en het vragen van een vergoeding voor inzage van het UBO-register is beide niet verplicht op grond van de AVG en ook niet verplicht op grond van de vierde anti-Witwas Richtlijn. Vooral het vragen van een vergoeding per opvraag, ook al is de hoogte daarvan marginaal, voorkomt dat journalisten en onderzoekers gedegen onderzoek kunnen doen naar financiële criminaliteit. Zolang het nog niet mogelijk is om de informatie uit het UBO-register als open data te kunnen hergebruiken, valt er veel voor te zeggen om deze drempels in het geheel niet op te werpen.

Een goed georganiseerd en open UBO register is een belangrijk hulpmiddel bij het opsporen van witwassen en corruptie binnen Nederland en de rest van de EU. Het UBO register registreert namelijk wie de ‘uiteindelijke belanghebbende’ is van een bedrijf, met een minimum van 25% van het eigenaarschap. Nederland lijkt echter een restrictieve manier te kiezen om het register in te voeren. Hoewel de wetgeving nog bij de Eerste Kamer ligt, lijkt het erop dat er een verplichte registratie komt voor je het register mag consulteren, en dat je er ook voor moet betalen. Dit vanwege privacyzorgen. De Raad van State stelde echter eerder dit jaar al:

De richtlijn zelf regelt de verhouding met de AVG. Dit betekent dat het niet aan de nationale wetgever is om ter zake nog een zelfstandige beoordeling over de verhouding met de AVG te maken. Waarborgen die de AVG eist, zijn in de richtlijn opgenomen.

En ook het onderzoek van Open State Foundation laat nu zien dat de volgende onderdelen van basisinformatie uit het UBO register geopenbaard kunnen worden, binnen de beperkingen die de AVG legt aan het verwerken van persoonsgegevens:

  • naam
  • geboortemaand en geboortejaar
  • woonstaat
  • nationaliteit
  • de aard en omvang van het door de UBO gehouden belang.

Wat van de basisgegevens wel zonder aanvullende voorwaarden hergebruikt zou kunnen worden is de informatie over de aard en omvang van het economische belang. Dat is immers informatie die niet op grond van privacyoverwegingen afgeschermd kan worden.

PSI-richtlijn

Belangrijk om op te merken is dat wanneer het UBO register wordt geïmplementeerd zoals voorgesteld, het volgend jaar zomer alweer op de schop moet. Dan moet namelijk de implementatie van de PSI-richtlijn afgerond moet zijn. Deze Europese richtlijn stelt duidelijk dat data rondom bedrijven en het eigenaarschap van bedrijven ‘High Value Datasets’ zijn.

Indien de Europese Commissie op grond van de nieuwe Hergebruikrichtlijn besluit om binnen de categorie “informatie over bedrijven en de eigendom van bedrijven” een of meerdere gegevens uit het handelsregister aan te wijzen als hoogwaardige dataset, dan zal aard en omvang van het economisch belang van een UBO daar vrijwel zeker onderdeel van uit kunnen maken. Een dergelijke dataset moet volgens die HergebruikRichtlijn kosteloos en met zo weinig mogelijk wettelijke beperkingen beschikbaar worden gesteld.

Oproep aan Eerste Kamer voor heroverweging voorstel

Dit onderzoek laat duidelijk zien dat het mogelijk is om een open UBO register te creëren, om te helpen in de strijd tegen witwassen en corruptie, zonder daarbij de AVG of andere wet- en regelgeving te schenden. Nu het voorstel nog steeds ter discussie ligt, roepen we de Eerste Kamer op om deze mogelijkheden tot een opener register in acht te nemen.

De voordelen van openbare UBO registers zijn talrijk. Hoewel TI-NL de verantwoordelijkheid van de overheid voor het onderzoeken van gevallen van witwassen en financieren van terrorisme niet ontkent, is ze van mening dat openbare toegang noodzakelijk is voor een efficiënte preventie en opsporing van criminele activiteiten. Een openbaar register kan fungeren als afschrikmiddel en zal een extra beschermingslaag creëren voor de samenleving. Niet alleen zal een dergelijk register het corrupte individuen veel moeilijker maken hun criminele activiteiten te verbergen, maar het kan ook opportunistisch gedrag voorkomen dat gedijt op financiële geheimhouding.

Bovendien kan openbare toegang tot informatie over uiteindelijk begunstigden leiden tot meer onderzoek door overheidsinstanties. Dit werd aangetoond door de Panama Papers: sinds informatie over het economisch eigendom over door Mossack Fonseca opgerichte bedrijven in april 2016 openbaar werd, is volgens de ICIJ meer dan €1,11 miljard terugverdiend in 22 landen en zijn in meer dan 82 landen strafrechtelijke onderzoeken gestart.

Het volledige onderzoek kunt u hier downloaden.