bedrijfsleven

Bedrijfsleven oververtegenwoordigd in afspraken met ministers

Noor de KortAlgemeen, Lobbyen, Nieuws, Onderzoeken, Open Overheid

Amsterdam, 7 april 2021 – Het bedrijfsleven praat veruit het vaakst met Nederlandse bewindslieden. Zo zit het bedrijfsleven 26,6 procent van de tijd om tafel met een minister, terwijl dat voor ngo’s 7,8 procent is. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Open State Foundation.

Voor het onderzoek bestudeerde Open State Foundation – een organisatie die pleit voor digitale transparantie – de afspraken van bewindslieden in de periode van november 2017 tot november 2020. Hieruit blijkt dat het bedrijfsleven oververtegenwoordigd is in de afspraken met Nederlandse ministers. Bovendien heeft een beperkte groep van zeventien bedrijven een dominante stem. Hierbij gaat het om Ahold, Airfrance-KLM, Akzo-Nobel, ABN-AMRO, AEGON, Facebook, ING, KPN, NS, PostNL, Pensioen Zorg & Welzijn, Rabobank, Schiphol, Tata Steel, TenneT, Unilever en Vodafone. Deze zeventien bedrijven zijn goed voor 44 procent van alle afspraken tussen bedrijven en bewindspersonen. Naast bedrijven hebben ook ondernemersorganisaties met 20,5 procent een groot aandeel in het totale aantal afspraken van Nederlandse bewindslieden.

“Platgelopen”

Het onderzoek laat verder zien dat ministers vermoedelijk niet transparant zijn over hun afspraken. Zo verschillen de cijfers over afspraken sterk van ministerie tot ministerie. Waar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 161 afspraken heeft gerapporteerd, zijn dat er maar 10 voor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Dat laatste getal moet in werkelijkheid hoger zijn, stelt oud-minister van Financiën en voorzitter van de Raad van Advies van Transparency International Nederland, Jeroen Dijsselbloem, die voor het onderzoek werd geïnterviewd. “LNV wordt platgelopen door de lobby van land- en tuinbouworganisaties, de agro-industrie en de groene lobby.”

Mogelijk is het verschil in aantallen veroorzaakt doordat organisaties regelmatig als een collectief bij het ministerie van LNV aanschoven. In dat geval is alleen de sector genoteerd. En wellicht ontbreekt op het ministerie een prikkel om transparant te zijn, aldus Dijsselbloem. Een ander voorbeeld van een gebrek aan transparantie is de afwezigheid van de telefonische afspraken in de cijfers. Deze vormen volgens Dijsselbloem ook een belangrijk onderdeel van de contacten van bewindslieden.

Gelijk speelveld

Transparency International Nederland streeft net als Open State Foundation naar een transparante lobbycultuur. “Het doel daarvan is het creëren van een gelijk speelveld”, stelt directeur Lousewies van der Laan. “Waar we bang voor zijn, is een Amerikaans systeem waarbij geld doorslag geeft. Een mooi voorbeeld is de lobby van Heinz, die Ronald Reagan in de jaren ’70 zo ver kreeg dat hij probeerde om ketchup geaccepteerd te krijgen als groente in Amerikaanse schoolmaaltijden. Om dat soort wetgeving te voorkomen, willen we weten: wie geeft er geld, en wie maakt vervolgens lobbyafspraken?”

Van der Laan ziet de strijd in het politieke veld tussen kleine ngo’s en grote bedrijven “een beetje als David en Goliath”. Voor het gelijktrekken van het huidige grote verschil tussen het aantal afspraken van het bedrijfsleven (26,6 procent) en het aantal afspraken van ngo’s (7,8 procent) met bewindslieden ziet de directeur een grote rol voor de politiek. “Ik vind het de rol van de politici om niet alleen maar naar Goliath te luisteren, maar ook naar David.”