problemen

Problemen aan de top: wat de CPI níet meet

Leonie AndriessenAlgemeen

5 februari 2021 – Net zoals het afgelopen jaar bestaat de top 10 van de Corruption Perceptions Index 2020 uit (Noord-) Europese landen, waaronder Nederland, aangevuld door Nieuw-Zeeland en Singapore. Deze landen scoren allemaal tussen 82 en 88 punten in de index. De lage ranking en de hoge scores van deze landen betekent echter niet dat ze vrij zijn van corruptie.

Een week geleden is de CPI 2020 gepubliceerd. In deze index worden 180 landen geanalyseerd op het waargenomen niveau van corruptie in de publieke sector en vervolgens gerankt op basis van deze corruptie. De landen krijgen scores tussen de 0 en 100, waarbij een hogere score duidt op minder corruptie. Hoewel geen enkel land 100 punten behaald, hebben de landen die de lijst aanvoeren een aantal democratische kenmerken gemeen: sterke instellingen, onafhankelijke rechtsstelsels en een hoog niveau van economische ontwikkeling. Volgens de CPI wordt in deze landen het niveau van omkoping, misbruik van publieke middelen, belangenverstrengeling en andere vormen van corruptie binnen de publieke sector als laagst beschouwd. Maar dat wil niet zeggen dat deze landen corruptievrij zijn. De Corruption Perceptions Index meet bijvoorbeeld niet het niveau van witwassen en buitenlandse omkoping.

Problemen in Nederland

Nederland staat op plek 8 met 82 punten, en heeft veel werk voor de boeg om te voldoen aan de eisen van de nieuwe EU-klokkenluidersrichtlijn en zo de inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding vooruit te helpen. In december gaf een rechtbank in Nederland aanklagers de opdracht een onderzoek in te stellen naar Ralph Hamers, de voormalige CEO van ING Bank, vanwege zijn rol in een witwasschandaal dat in 2018 leidde tot een schikking van 775 miljoen euro. Hamers is nu CEO van UBS Bank, gevestigd in Zwitserland. Ook heeft Nederland aanzienlijke vertraging opgelopen bij de omzetting van de vijfde anti-witwasrichtlijn en heeft pas zeer recentelijk een UBO-register ingevoerd. Bovendien heeft Nederland alle ingrediënten voor een belastingparadijs vanwege de mix van gunstige fiscale regelingen die internationale bedrijven ter beschikking staan.

Witwassen

Het witwassen van corrupte gelden is een onderdeel van corruptie dat niet wordt gemeten in de Corruption Perceptions Index. Dit soort corrupte praktijken doen zich wel degelijk voor in hoog scorende landen maar worden  niet meegenomen in de CPI-beoordeling.

In 2020 brak in Duitsland, dat 80 van de 100 punten scoorde op de CPI 2020, een fraudeschandaal uit dat schokgolven veroorzaakte in de financiële wereld. Wirecard, een FinTech-bedrijf dat ooit werd gezien als de toekomst van online-betalingen, bleek de waarde van zijn bedrijf gigantisch te hebben opgeblazen. Dergelijke tekortkomingen in het toezicht op de financiële sector in de EU vormen ook een groot probleem voor het voorkomen van witwassen van de opbrengsten van corruptie.

Het witwasschandaal van 230 miljard dollar in de Estlandse tak van de Danske Bank, de grootste kredietverlener in Denemarken, heeft aangetoond dat schijnbaar schone landen op de CPI gemakkelijk doelwit kunnen zijn van corrupte actoren. De landen scoorde respectievelijk namelijk 75 en 88 punten op de CPI 2020. Nieuw bewijsmateriaal dat vorig jaar aan het licht kwam, heeft ook grote gaten in het toezicht op andere Noorse banken aan het licht gebracht, waaronder die in Zweden. De DNB bank uit Noorwegen leefde de anti-witwasregelgeving onvoldoende na, maar kwam gemakkelijk vanaf . In 2019 bleek de bank vermeende corrupte transacties te hebben verwerkt in het buitenlandse omkopingsschandaal rondom de Fishrot Files, waarbij een bedrijf uit IJsland steekpenningen betaalde in Namibië.

Corrupte geldstromen

Begin 2020 bleek uit een groot onderzoek hoe Isabel dos Santos, dochter van de voormalige president van Angola, miljoenen verdiende met corrupte deals met de regering van Angola, een laag scorend land op de CPI. De opbrengsten van deze corrupte deals werden verplaatst via een offshore zakenimperium. Landen die hoger scoorde op de CPI, de Verenigde Arabische Emiraten en Nederland, waren een belangrijk onderdeel van het corrupte netwerk. Een in Dubai geregistreerde onderneming van Dos Santos ontving naar verluidt 115 miljoen dollar aan overheidsgeld van de Angolese staatsoliemaatschappij Sonangol. De Nederlandse maritieme aannemer Van Oord werkte samen met Isabel dos Santos aan een stadsontwikkelingsproject. ING leende 400 miljoen dollar aan Angola om het project te financieren, en Atradius verzekerde die som. Er zijn strafrechtelijke procedures gestart tegen deze bedrijven en trusts in Nederland die Dos Santos ook hebben gefaciliteerd.

De aankoop van onroerend goed is een populaire manier om de illegale winsten van corruptie en andere misdrijven wit te wassen. Professionals die bij het proces betrokken zijn, zoals vastgoedmakelaars, advocaten, accountants en notarissen, worden geacht verdachte transacties aan te duiden. Maar er zijn aanwijzingen dat ze dat meestal niet doen, waardoor bovengemiddeld scorende landen als Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zeer gewild zijn bij de corrupten. Onvoldoende gegevens over wie in deze landen onroerend goed bezit, bemoeilijkt het opsporen van corruptie.

Exporting corruption

De relatief rijke landen die de CPI vaak aanvoeren zijn ook vaak de thuisbasis van internationale bedrijven die grote hoeveelheden goederen en diensten exporteren. Wanneer deze bedrijven niet gecontroleerd worden op transparantie van geldstromen, kan corruptie zich makkelijk voordoen.

Begin 2020 werd een dubieus record gebroken: vliegtuigbouwer Airbus trof de hoogste schikking ooit in een buitenlandse omkopingszaak, bijna 4 miljard dollar, met de autoriteiten in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Het bedrijf, dat in Nederland is geregistreerd en zijn hoofdkantoor in Frankrijk heeft, had naar schatting miljarden euro’s extra winst gemaakt dankzij contracten die via omkoping waren binnengehaald in landen als Colombia, Ghana, Indonesië en Sri Lanka, landen die allemaal onder gemiddeld scoren op de CPI 2020. De schikking brengt tekortkomingen aan het licht. In het kader van de schikking is Airbus strafvervolging ontlopen, wat alleen het geval zou moeten zijn wanneer bedrijven zelf melding maken van misstanden. Individuele leidinggevenden zijn niet ter verantwoording geroepen, en de slachtoffers van corruptie zijn niet schadeloos gesteld door de schikking.

Uit de analyse van Transparency International blijkt dat de overgrote meerderheid van landen die veel goederen en diensten exporteren, geen onderzoek start naar bedrijven die steekpenningen betalen om in het buitenland zaken te doen. Samen met de schikkingen die bedrijven de mogelijkheid geven om echte verantwoording te ontlopen, creëert dit een beeld van straffeloosheid voor corrupte deals in andere, meestal armere, landen.

Er is dus nog een lange weg te gaan voor de top 10 landen uit de Corruption Perceptions Index 2020. Het hebben van een relatief schone publieke sector betekent niet dat alle corruptie bestreden is.