Rule of Law report

Uitspraak EHRM: corrupte Albanese rechter mag je ontslaan

Yorn GielingAlgemeen, Corruptie, Europees, Integriteit, Internationaal, Kwesties, Mensenrechten, News, Nieuws, Rechtspraak

Amsterdam, 15 maart 2021 – Op 9 februari deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uitspraak in de zaak van Altina Xhoxhjaj, voormalig rechter van het Albanese Constitutionele Hof, tegen Albanië. Het Hof verwierp de beweringen van de voormalig rechter, die stelde dat haar rechten werden geschonden toen ze werd ontslagen vanwege corruptie.

In 2018 werd de Albanese rechter ontslagen, nadat een onderzoek aantoonde dat ze over eigendommen beschikte, die niet konden worden gerechtvaardigd met haar inkomen. Hierbij werd volgens Xhoxjaj haar recht op een eerlijk proces en het respect voor haar privéleven en familie- en gezinsleven geschonden. Het EHRM was het hier niet mee eens. De officiële instanties waren ‘onafhankelijk en onpartijdig’ geweest bij het doorlichten van de rechter. Het ontslag van Xhoxhjaj was proportioneel volgens het Hof. Ook het levenslange verbod dat Xhoxjaj was opgelegd, werd in overeenstemming geacht met het waarborgen van de integriteit van het gerechtelijk ambt en het vertrouwen van de Albanese bevolking in het rechtsstelsel. Van een inbreuk op haar rechten op grond van Artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) was dus geen sprake, oordeelde het EHRM. Het Hof gaf voorkeur aan de noodzaak om een corrupte rechterlijke macht op te schonen.

Lousewies van der Laan, directeur van Transparency International Nederland: “Transparency International Nederland werkt regelmatig samen met chapters uit de rest van de wereld, vooral in Europa. We delen onze ervaring, zoals bijvoorbeeld door samenwerking in Kosovo om de positie van klokkenluiders beter te beschermen. Zeker bij landen die kandidaat zijn om toe te treden tot de Europese Unie, is er een echte kans om verandering te bewerkstelligen. Corruptie ondermijnt de economie en de democratie en mensen voelen zich machteloos. Deze uitspraak van het Europese Hof is een mooie steun in de rug van alle activisten en beleidsmakers die een beter Albanië willen.”

Geschiedenis van de kwestie

Albanië deed in 2016 een herevaluatie van alle rechters en openbare aanklagers in het land. De justitiële hervorming werd gesponsord door westerse partners en wordt gecontroleerd door een missie bestaande uit hoge rechters en aanklagers uit de EU-lidstaten en de VS. Als gevolg hiervan werden 109 rechters en openbare aanklagers ontslagen en 46 besloten ontslag te nemen, zodat ze niet werden gecontroleerd. Ongeveer twintig van degenen die werden ontslagen, hebben een aanvraag ingediend bij het EHRM. Ze beweerden dat hun ontslag buitenproportioneel was. Ook was volgens hen de procedure oneerlijk. Xhoxjaj was één van de vijf leden van het Constitutionele Hof die werden ontslagen. Drie anderen namen zelf ontslag. Slechts één van de negen leden bleef over. Hierdoor had Albanië voor ongeveer twee jaar een ineffectief constitutioneel hof.

Het EHRM zet met de stevige uitspraak anticorruptie prominent op de voorgrond. Corruptiezaken zijn wijdverbreid in de Balkan en Oost-Europa volgens verschillende EU-rapporten. Daarbij maken rechters en andere overheidsfunctionarissen geregeld gebruik van het ‘mensenrechten’-argument. Zo werd in eerdere zaken het recht op privacy vaak ingezet in het eigen voordeel. Rechtbanken in de Balkan maakten maar al te graag gebruik van concepten als de bescherming van gegevensbescherming, als dat hen in staat zou stellen zichzelf of anderen te beschermen. Voor internationale organisaties was het een hardgelag: aan de ene kant moesten ze de mensenrechten bevorderen, maar de corrupte rechters maakten gebruik van deze EU-norm voor de rechtstaat om corruptie te verdoezelen. Volgens de Commissie van Venetië waren radicale maatregelen nodig.

Verschuiving constitutionele evenwicht ten gunste van integriteitsmaatregelen door EHRM

Het EHRM maakt daarom gebruik van de tweeklassenbenadering in zijn jurisprudentie. Het doorlichtingsproces van rechters in Albanië wordt onderscheiden van gewone tuchtprocedures tegen rechters of aanklagers. Het EHRM verschoof het constitutionele evenwicht ten gunste van integriteitsmaatregelen. Ten eerste is het recht op privacy (artikel 8) niet van toepassing op het controleren van onverklaarbare rijkdom van een overheidsfunctionaris. Verder kan, gebaseerd op voorlopige bevindingen van onverklaarbare rijkdom, de bewijslast verschuiven naar de ambtenaar om het tegendeel te bewijzen. Indien de ambtenaar niet het tegendeel bewijst, volstaat dit om de ambtenaar levenslang uit het ambt te weren. Het omkeren van deze bewijslast is overigens alleen mogelijk voor het ontslaan van de ambtenaar, en niet in een strafrechtelijke procedure. Ten slotte kan een financiële controle decennia teruggaan.

Het volgende strijdtoneel waar het EHRM zich op gaat richten zijn strafrechtelijke sancties voor onverklaarbare rijkdom (illegale verrijking). De inbeslagname van onverklaarbare rijkdom, ook met terugwerkende kracht, wordt in ieder geval al sinds 2015 gesteund door het EHRM. Transparency International is blij met de stappen die het EHRM zet in de strijd tegen corruptie en onderschrijft deze volledig. Corruptie is een schending van de mensenrechten. Daar wordt wereldwijd veel aandacht aan geschonken, ook door Transparency International. Dat de mensenrechten echter ook systematisch kunnen worden gebruikt om corruptie te verdedigen of te verdoezelen, blijkt uit de schokkende en opmerkelijke gebeurtenissen in Albanië. Hier mag niet aan voorbij worden gegaan. Albanië scoort op de CPI 2020 van Transparency International een magere 104de plek (score: 36/100) en kent dus een relatief hoge mate van corruptie.