Israëlische

Saoedische steekpenningenaffaire Ballast Nedam krijgt vervolg

Katinka PenningsBelangenverstrengeling, Corruptie, Feature, Fraude, Integriteit, Internationaal, News, Nieuws, Onderzoeken, Open Overheid, Witwassen

Amsterdam, 1 maart 2017 – Uit documenten van de FIOD in handen van Omroep Human blijkt dat Ballast Nedam in de periode van 1996 tot en met 2003 steekpenningen zou hebben betaald aan het koningshuis van Saoedi-Arabië. In ruil hiervoor zou Ballast Nedam grote bouwprojecten in Saoedi-Arabië toegewezen hebben gekregen. De zaak kwam enkele jaren geleden aan het licht en is in 2012 afgedaan met een schikking. Dit leek het einde van het verhaal, maar door recente onthullingen van een documentaire van Human op NPO 2 zijn er nieuwe details aan het licht gekomen. Zo lijkt onder andere dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken een actievere rol zou hebben gespeeld dan eerder werd beweerd.

Schuilnamen voor ontvangers steekpenningen

De kwestie werd in 2011 zelf door Ballast Nedam aangegeven bij de FIOD. In 2012 volgde een schikking van de smeergeldzaak voor in totaal 17,5 miljoen euro. De zaak kwam niet voor de rechter. Hierdoor zijn de resultaten van FIOD destijds niet openbaar geworden. Maar de documentaire van Human van afgelopen maandag brengt nieuwe zaken aan het licht. Het einde van het schandaal is nog niet in zicht. Uit de documenten van de FIOD, bleek onder meer dat Ballast Nedam vermoedelijk schuilnamen gebruikte. Enkele van deze schuilnamen zijn: ‘Adriaan’ voor koning Fahd, ‘Bassie’ voor kroonprins Abdullah, ‘Tijger’ voor prins Al-Waleed bin Talal en ‘Bink’ voor prins Bandar bin Sultan, twee neven van de koning. Het is onduidelijk wie de schuilnamenlijst heeft opgesteld. Hier wordt door de FIOD nog nader onderzoek naar gedaan.

De FIOD vermoedt dat deze lijsten werden gebruikt voor het uitbetalen van steekpenningen in ruil voor bouwopdrachten. Ballast Nedam zou het geld hebben overgemaakt naar rechtspersonen in het buitenland, zoals Liechtenstein en de British Virgin Eilanden. Deze rechtspersonen zouden op hun beurt weer gebruik hebben gemaakt van bankrekeningen in onder andere Zwitserland. Het is van belang om te achterhalen wie de uiteindelijke belanghebbende zijn achter de rechtspersonen. Uit het proces-verbaal van de FIOD blijkt dat het waarschijnlijk onder meer over leden van de koninklijke familie van Saoedi-Arabië gaat.

Peace Sun IX Project: overfactureren van Ballast Nedam

Volgens de documentaire, volgt uit het FIOD onderzoek dat Ballast Nedam jarenlang miljoenen aan steekpenningen zou hebben betaald. In totaal zou Ballast Nedam voor tenminste 500 miljoen dollar aan steekpenningen hebben betaald aan hooggeplaatste Saoedi’s, waaronder leden van het Saoedische koningshuis. Het is de vraag waar dit Nederlandse bedrijf al dit geld vandaan haalt. Volgens de FIOD zou dit zijn betaald door het ‘overpricen’ van de factuur. Oftewel: het bedrijf over-factureerde bij de klant, waardoor de klant uiteindelijk de rekening van het smeergeld betaalde.

Neem bijvoorbeeld het Peace Sun IX project; de verbouwing van twee vliegvelden in Saoedi-Arabië. Hiervoor zou Ballast Nedam prins Al-Waleed 331 miljoen dollar aan smeergeld hebben betaald om het project te mogen uitvoeren. Deze 331 miljoen aan smeergeld zou vervolgens opgeteld zijn bij de aanneemsom, die in totaal 580 miljoen dollar bedraagt. De FIOD vermoedt dat de opdracht eigenlijk 249 miljoen waard was, maar dat Ballast Nedam het smeergeld zou hebben opgeteld bij de rekening. Deze rekening, die volgens de FIOD dus voor 57% uit steekpenningen zou hebben bestaan, zou gefactureerd zijn bij de Saoedische luchtmacht. In andere woorden: de Saudische prins zou zich via Ballast Nedam hebben verrijkt met Saoedisch staatsgeld.

Volgens de FIOD zou Ballast Nedam mogelijk meerdere invloedrijke personen binnen onder andere het Saoedische Ministerie van Defensie, de luchtmacht en het Saoedische koningshuis hebben betaald. Ballast Nedam zou hiermee hebben beoogd de werkzaamheden rond grote projecten te verkrijgen.

Prins Al-Waleed, een van de rijkste mensen van de wereld, stelde dat hij advies leverde aan Ballast Nedam en daarvoor werd betaald. De recente onthullingen laten echter vermoedens toe dat het hierbij om smeergeld zou gaan. In 2003 heeft de prins een onderscheiding in de orde van Oranje-Nassau toegekend gekregen als dank van Nederland voor zijn adviezen en de buitengewoon belangrijke rol die hij speelde in de economische betrekkingen tussen Nederland en Saoedi-Arabië. In het nieuwe daglicht zal deze onderscheiding wellicht moeten worden heroverwogen.

Ballast Nedam

Ballast Nedam bericht op haar website over de uitzending van de documentaire van Human bij 2doc ‘Inzake Saoedi-Arabië’. Hierbij stelt het bedrijf  dat het zelf de kwestie heeft aangekaart bij de FIOD in 2011 en volledige medewerking aan het onderzoek heeft verleend. Als onderdeel van de schikking was Ballast Nedam verplicht om haar integriteitsbeleid aan te scherpen. Het bedrijf stelt sinds de afgelopen jaren een sterk aangescherpt compliance beleid te voeren. Het huidige management van Ballast Nedam distantieert zich van de affaire en stelt dat het een “afgelopen zaak uit het verleden is”. Daarom wilde het niet mee te werken aan de documentaire, noch na de uitzending inhoudelijk commentaar geven.

Nog niet afgelopen

De zaak mag voor het bedrijf als afgesloten worden ervaren, dit is niet het geval voor twee voormalig topmannen van het bedrijf. Zo blijkt namelijk dat de twee voormalige topmannen van Ballast Nedam binnenkort wel voor de rechter moeten verschijnen. De toenmalige leidinggevende worden verdacht van het witwassen van geld. Ze zouden geld dat bedoeld was om hoge Saoedische functionarissen om te kopen, hebben weggesluisd naar hun persoonlijke rekeningen in het buitenland. Over deze witwaspraktijken moeten de topmannen zich binnenkort verantwoorden voor de rechtbank.

Onduidelijke rol Buitenlandse Zaken

Daarnaast is er een vermoeden dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zich zou hebben gemengd in de zaak tegen een van de voormalige topmannen van Ballast Nedam. Buitenlandse Zaken zou een rol gespeeld hebben in de keuze om een Saoedische betrokkene niet op te roepen als getuige in de corruptiezaak. Hier zou de verdachte leidinggevende om hebben gevraagd. In het geval van het horen van getuigen in een ander land vraagt het ministerie van Veiligheid en Justitie advies bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het advies van Buitenlandse Zaken in 2015 zou negatief zijn geweest. Buitenlandse Zaken zou afgeraden hebben om een rechtshulpverzoek in te dienen bij de Saoedische regering. Dit zou niet wenselijk zijn voor de bilaterale betrekkingen. Het is namelijk de vraag hoe Saoedi-Arabië zou reageren op de verwijten van mogelijke corruptie van prins Al-Waleed bin Talal. Verder zou het mogelijke risico’s hebben voor de te horen getuige, vooral risico’s op represailles in het geval dat hij of zij een boekje open doet over de prins.

Vraag naar opheldering

Dit is opvallend, zeker omdat voormalig minister van Buitenlandse Zaken Timmermans in 2014 de Tweede Kamer berichtte dat diplomatieke, economische of andere belangen van Nederland in Saoedi-Arabië geen invloed mogen hebben op de smeergeldzaak. Dit lijkt dus nu mogelijk wel het geval te zijn. CDA en D66 willen opheldering over de zaak. Ze willen weten in hoeverre het ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken is bij het strafrechtelijk onderzoek. Daarnaast is het de vraag of Buitenlandse Zaken zich ook in andere strafrechtelijke onderzoeken heeft gemengd om de bilaterale belangen van Nederland boven de rechtsgang te prioriteren.